stijlen en stromingen

 

abstract expressionisme

(vanaf 1946) eerste echte Amerikaanse stroming in de beeldende kunst. Expressiviteit en improvisatie zijn kenmerkend voor deze stroming. Verder hebben de schilderijen vaak een groot formaat. Kunstenaars Jackson Pollock, Willem de Kooning, Barnett Newman.

arte povera

Letterlijk: arme kunst. Stroming uit begin jaren zestig. Groep Italiaanse kunstenaars die streeft naar eerherstel voor de Europese kunst, geïnspireerd door de Italiaanse kunstenaar Manzoni. Ze breken met de traditionele waarden die verschillende materialen toegewezen krijgen. Kunstwerken gedomineerd door simpele (niet altijd 'arme') materialen. Zoeken naar logisch samengaan tussen natuur en industrie.

avant-garde

letterlijk voorhoede. Aanduiding voor een groepering die experimenteert met vernieuwing op het gebied van kunst en cultuur en zich verzet tegen de geldende maatschappelijke en culturele orde. De term wordt vaak gebruikt om de ontwikkelingen op het gebied van film. theater, beeldende kunst en muziek vanaf 1900 tot de Tweede Wereldoorlog aan te duiden. Belangrijke voorbeelden zijn dada en futurisme.

barok (eind zestiende - begin achttiende eeuw]

term afkomstig van het Portugese woord 'barroco' dat onregelmatig gevormde parel betekent. In eerste instantie gebruikt voor de m Italië aan het einde van de Renaissance opgekomen bouwstijl. Later gebruikt voor alle kunsten die zich onderscheiden door overlading en pretentieuze versiering. Tot in het midden van de achttiende eeuw heeft deze stijl in alle kunsten overheerst. In de rooms-katholieke landen is de barok vaak verbonden met de > contrareformatie. In de protestantse landen is er een meer sobere variant van de barok zichtbaar. De barokke kunstenaar streeft naar de eenwording van de beeldende kunst en de bouwkunst. Zowel in de beeldende kunst als de bouwkunst is het najagen van dramatische, theatrale effecten zeer belangrijk. In de schilderkunst gebeurt dit door weelderige vormen, veel beweging en grote licht/donker-contrasten. In de beeldhouwen bouwkunst wordt eveneens beweging gesuggereerd, regelmatig wordt het contrast van holle en bolle vormen, licht en schaduw gebruikt. De ruimten in de bouwkunst hebben zeer grillige vormen die in elkaar overvloeien de begrenzingen lijken eerder gemodelleerd dan geconstrueerd. Ook in de muziek is de overladenheid terug te vinden de ontwikkeling van de monodie (begeleidende eenstemmigheid], waar de opkomst van de solist en de doorbraak van de opera het gevolg van zijn.

Bauhaus

(1919-1932) kunstopleiding gesticht in 1919 te Weimar (Duitsland) met nadruk op toegepaste kunsten en industriële vormgeving.

bebop

rauwe, snelle jazzstijl met veel improvisaties, die ontstaat rond 1940. Wordt meestal uitgevoerd in een kleine bezetting van drums, bas, piano, saxofoon en trompet. Artiesten Charlie Parker, Miles Davis.

blues

een van de oudste vormen van zwarte Amerikaanse muziek, ontstaan tegen het einde van de negentiende eeuw. De blues kent vaste regels, zoals het twaalfmatig akkoordschema, het vaak slepende tempo, de drieregelige coupletten en de droevige inhoud

butoh

in Japan ontwikkelde expressionistische dansvorm die ontstaat in de jaren vijftig. Begrippen als dood, wanhoop en vernietiging staan vaak centraal. Vaak zijn de dansers naakt of hebben ze een kaalgeschoren hoofd. Grondlegger Tatsumi Hijikata.

classicisme

algemene stijlaanduiding voor kunsten cultuuruitingen die geënt zijn op voorbeelden uit de klassieke kunst (Grieken en Romeinen) na de Renaissance. Meer specifiek wordt de benaming gebruikt voor de cultuurperiode in de tweede helft van de achttiende eeuw, waarin nieuwe belangstelling voor de klassieken onderdeel is van de Verlichting en leidt tot o.a. opgravingen en opmetingen van het klassieke erfgoed. In deze periode worden de klassieke voorbeelden zeer nauwgezet nagevolgd.

cobra

(1948-1951) kunstenaarsgroep met leden uit Kopenhagen, Brussel en Amsterdam. Herkenbare, kleurrijke stijl beïnvloed door primitieve culturen of kindertekeningen. Kunstenaar Karel Appel.

colourfield painting

stroming behorend tot het > abstract expressionisme. Meestal bestaan de schilderijen uit grote, monochrome kleurvlakken die extra expressiviteit krijgen omdat ze laag over laag worden opgebouwd. Schilder Barnett Newman.

commedia dell'arte

geïmproviseerd (volks)toneel in Italië vanaf eind vijftiende eeuw. Binnen een eenvoudig scenario bouwen de beroepsspelers hun rol al improviserend uit. De toneelvorm kent vaste typen, zoals de zanni (de knechten, de 'swiepertjes'), II Capitano (de 'Bromsnor') en de gierige Pantalone. Kostuums en maskers vergroten de herkenbaarheid van de rollen.

constructivisme

kunststroming, ontwikkeld in Rusland vanaf 1915 met accent op (experimenteel) materiaalonderzoek en constructie. Abstracte, veelal ruimtelijke kunst. Vanaf 1917 vooral ontwerpen voor toegepaste kunst. Vanaf 1920 verspreidt de invloed van het constructivisme zich over de rest van Europa, terwijl het in de Sovjet-Unie volledig geïsoleerd raakt en later zelfs verboden wordt.

constructivistisch theater

theatervorm ontwikkeld door o.a. Meyerhold na de Russische revolutie. Nadruk op niet-naturalistisch spel en geabstraheerde industrieel ogende decors.

cool jazz

tegenhanger van de > bebop rond de jaren vijftig. De cool jazz klinkt helder en de puurheid van klank staat voorop. Het ritme speelt een minder dominante rol dan in de bebop.

country-rock

rockmuziek waarbij instrumenten en karakteristieken van de traditionele country and western het > rock'n-rollof popgeluid aanvullen. Ontstaat eind jaren zestig in de Verenigde Staten. Artiesten Crosby. Stills & Nash.

dada

internationale artistieke beweging tussen 1916 en 1924 op het gebied van literatuur, beeldende kunst. muziek en theater. Reactie op Eerste Wereldoorlog. Benadrukken van toeval, spontaniteit, absurditeit. Afkerig van theorie, anti-burgerlijk en anti-intellectueel.

de Stijl

(1917-1932) groepering Nederlandse kunstenaars rond het tijdschrift 'De Stijl'. Uitgaande van strenge vormgeving formuleerde De Stijl uitgangspun ten voor beeldende kunst, architectuur en toegepaste vormgeving.

disco

dansmuziek met stuwend ritme voortgekomen uit soulmuziek. Populair geworden eind jaren zeventig Invloedrijk op verdere ontwikkelingen dansmuziek, zoals > house en dance.

eclecticisme/eclectisch

streven om verschillende denkwijzen, werkwijzen, stijlen te versmelten tot iets nieuws. Zie > neostijlen.

entartete kunst

benaming die door het fascisme werd gebruikt voor moderne ('ontspoorde') kunst. Uit in beslag genomen werk werd de reizende tentoonstelling 'Entartete Kunst' samengesteld. Opkomst van het fascisme en de Tweede Wereldoorlog legden voor ruim 15 jaar elke ontwikkeling op het gebied van de moderne kunsten stil.

existentialisme

20ste-eeuwse richting in de wijsbegeerte waarvan Martin Heidegger de grondlegger is. Jean-Paul Sartre en Albert Camus zijn de belangrijkste vertegenwoordigers. Het existentialisme leert dat de mens de zin van het leven niet kent. Het feit dat hij bestaat (existeert) is op zich al zinvol.

expressionisme

algemene benaming voor kunst waarbij sterk de nadruk ligt op uitdrukking geven aan gevoel. In de muziek ontwikkelt men de twaalftoonstechniek, de atonale muziek, als reactie op de > romantiek en het > impressionisme. In het theater wordt de term gebruikt voor stukken die het effect van 'een schreeuw' beogen. Vaak een schreeuw van sociaal bewogen emoties, maar ook van de innerlijke gevoelens. In de film wordt de term gebruikt voor de periode 1919-1924. Na de Eerste Wereldoorlog proberen enkele Duitse filmmakers een film in 'expressionis tische stijl' te maken. Geïnspireerd door de schilderkunst creëren zij films als bewegende expressionistische schilderijen. Dit bereiken zij door beelden te vervormen en te overdrijven. Acteurs hebben een zeer zware make-up en bewegen langzaam in merkwaardige patronen. In de dans zijn twee vormen te onderscheiden één die de nadruk legt op de hartstochten ran het individu en de krachten laat zien die in iemand tot leven komen; de ander die de nadruk legt op het streven van het individu om zijn hartstochten te beheersen ten gunste van bepaalde idealen.

fauvisme

functionalisme

denkwijze in de 20ste-eeuwse architectuur en vormgeving waarbij de functie van een object, bouwonderdeel of gebouw als uitgangspunt wordt genomen voor de vormgeving. Alleen functionele aspecten bepalen het uiterlijk van de vorm 'form follows function'. Alle overbodige decoraties kunnen worden weggelaten 'less is more'.

funk

soul waarbij het accent ligt op de ritmesectie met vaak herhaalde akkoorden. Uitermate geschikt als dansmuziek. Voorbeeld James Brown.

futurisme

Italiaanse artistieke beweging onder leiding van de publicist Marinetti rond de Eerste Wereldoorlog. Poging om literatuur, muziek, theater en beeldende kunst te laten aansluiten bij een snel veranderende dynamische samenleving waarin industrie, machine en oorlog een belangrijke rol spelen,

gothic revival of neogotiek

vooral populair in Engeland waar de > gotiek als nationale stijl wordt beschouwd. De neogotiek resulteert in grote diversiteit, door de verschillende nationale varianten van de gotiek en een vrije interpretatie van deze voorbeelden. Zie ook > neostijlen.

gotiek

dertiende en veertiende eeuw. In eerste instantie gebruikt voor de architectuur, later ook in de beeldhouwkunst en uiteindelijk ook voor de schilderkunst uit deze tijd. In de beeldende kunst is het streren naar een groter realisme kenmerkend. In de beeldhouwkunst krijgen de mensen een meer natuurlijke verhoudingen en zijn onder de kleding de lichaamsvormen zichtbaar. Ook wordt er weer uitdruk king gegeven aan de menselijke gevoelens. In de schilderkunst verdwijnt de gouden achtergrond en worden figuren geplaatst tegen een landschappelijke achtergrond. In de architectuur (voornamelijk kerken) is verticaliteit een kernbegrip, alsof men naar de hemel reikt. De bouwmeester streeft ernaar om grotere ruimtes te overdekken, maar de dragende muren zo licht mogelijk te houden. Kenmerken luchtbogen, grote glas-in-loodramen, kruisribgewelven, spitsboogramen.

gregoriaans

benaming voor de eenstemmige Latijnse onbegeleide kerkzang in de katholieke kerk. Reeds in de eerste eeuwen van het Christendom ontstaan uit joodse wortels. Genoemd naar paus Gregorius de Grote (zesde eeuw). De gezangen staan naar het kerkelijk jaar geordend in twee boeken.

hedendaagse kunst

De term hedendaagse kunst wordt nogal eens verward met moderne kunst. Met die laatste term wordt in de kunstgeschiedenis grofweg de periode aangeduid vanaf het fauvisme, alweer een eeuw geleden, tot en met Pop Art. Al zijn er ook geleerden die de moderne kunst al halverwege de negentiende eeuw laten beginnen met het realisme.

high tech

architectuurstroming vanaf 1975 waarbij alle nadruk licht op het zichtbaar maken van de technisch hoogwaardige constructie van het gebouw. Constructiemateriaal, veelal staalconstructies, bepalen het uiterlijk. Voorbeeld Centre Pompidou in Parijs.

hiphop

verzamelnaam voor cultuur van zwarte stadsjeugd in de VS. Dansstijl, rap en graffiti zijn een uiting van deze cultuur, zoals ook bepaalde gedragscodes en voorkeur voor stijl van kleden.

house

muziekstijl ontstaan vanuit de disco met een meer mechanische en snellere beat. Het remixen van bestaande nummers is in de housemuziek niet ongebruikelijk.

impressionisme

(vanaf 1870) schilderstijl waarbij het direct waarnemen van de werkelijkheid (impressie) uitgangspunt wordt voor onderwerpskeuze, kleurkeuze en compositie van het doek. Bijzondere aandacht voor licht en kleur. Invloeden fotografie en Japanse prent kunst. In de muziek wordt geprobeerd een onderwerp niet langer te 'beschrijven', maar in klanken een indruk te geven. Om dit te kunnen bereiken wordt afgeweken van de traditionele > harmonie en toonsoorten. In de literatuur zijn schrijvers, geïnspireerd door de impressionistische schilders, op zoek gegaan naar een passende wijze hun zintuiglijke weergave te verwoorden. Lange beschrijvingen waarin personen en objecten tot in het kleinste detail worden omschreven zijn het gevolg. Tussen de 1918 en 1930 in Frankrijk geproduceerde films nadruk op innerlijke leven van de personages, herinneringen, dromen en fantasieën spelen een belangrijke rol d.m.v. flashbacks . Anders dan de > surrealisten hebben deze filmmakers deel uitgemaakt van het commerciële circuit.

jazz

muziekstijl vanaf ongeveer 1900. Ontwikkeld door de zwarte bevolking van de Verenigde Staten. Verspreidde zich geleidelijk onder andere bevolkingsgroepen. In de jazz treffen we resten van WestAfrikaanse muziek aan, vooral de ritmes die gecombineerd worden met westerse elementen. In eerste instantie werd jazz voornamelijk geïmproviseerd. Soms bedoeld om op te dansen, soms als luistermuziek.

Jugendstil

(eind negentiende eeuw) in vele Europese landen voorkomende stijl in zowel de bouwkunst als in de interieurkunst onder verschillende benamingen en in verschillende vormen. Overeenkomsten in de stijlen zijn de vloeiende en decoratieve lijnen en het vele gebruik van glas, gieten smeedijzer. In tegenstelling tot de tot de bouwkunst van de neo-stijlen is in hun gebouwen de > constructie zichtbaar. De constructie wordt door hen als versiering gebruikt. De naam is ontleend aan het tijdschrift 'Die Jugend'.

kabukitheater

Japanse theatervorm ontstaan in de zeventiende eeuw op basis van volkstoneel en het nötheater. Dans, muziek, declamatie en acrobatiek vormen de basis van deze theatervorm waarin het spektakel niet wordt geschuwd.

klassieke oudheid

ook wel Antieke Oudheid. Periode van de Griekse (achtste tot eerste eeuw voor Christus) en Romeinse (eerste eeuw voor Christus tot vierde eeuw na Christus) kunst en cultuur. In de latere WestEuropese kunsten cultuurgeschiedenis staan uitgangspunten en kenmerken uit deze periode vaak opnieuw in de belangstelling,

kubisme

stroming in de beeldende kunst, ontwikkeld door Picasso en Braque, waarin vormen in de natuur teruggevoerd worden tot geometrische basisvormen. Kenmerkend is de combinatie van verschillende gezichtspunten wat het opdelen van vaste volumes in een veelheid van fragmenten of facetten tot gevolg heeft.

land art

beeldende kunstvorm waarin het landschap zelf het belangrijkste onderdeel van het kunstwerk is. Kunstenaars doen ingrepen in het landschap, of nemen het letterlijk mee het museum in. Voorbeelden Christo en Richard Long.

minimal music

Amerikaanse muziekstroming waarin veelvuldige herhaling van melodische en ritmische motieven centraal staat. Vaak zijn er invloeden van primitieve culturen. Componisten Terry Riley, Steve Reich en Philip Glass.

minimale kunst

benaming voor beeldende kunststroming waarin vorm en inhoud zijn teruggebracht tot een minimum. De uitstraling is meestal onpersoonlijk, industrieel en geometrisch. Kunstenaars Frank Stella, Donald Judd.

modern dance

verzamelnaam van danstechnieken gebaseerd op de > grahamdans, waarbij de regels van het klassieke ballet, zoals het buitenwaarts draaien en het ontkennen van de zwaartekracht, niet meer gelden

musique concrete

Franse muziekstroming die veelal gebruik maakt van alledaagse (concrete) geluiden die met behulp van elektronica worden bewerkt tot composities. Componisten Pierre Schaeffer, Pierre Henry.

nationalisme

sterke voorliefde voor het eigen volk en de eigen staat. Verschillen tussen nationale stijlen worden benadrukt en volksmuziek wordt verheerlijkt als spontane expressie van de nationale ziel.

naturalisme

natuurgetrouwe weergave van de werkelijkheid (eind negentiende eeuw]. Literaire stroming die voortkomt uit het > realisme. Naturalisten zijn echter sociaal meer betrokken. Vooral het arbeidersmilieu en -leven zijn het onderwerp van hun geschriften. Toneelschrijvers proberen de werkelijkheid te benaderen zo getrouw mogelijke milieuschildering, zo juist mogelijke weergave van de gesprekstoon, geen onderonsjes van speler met publiek. [hlO]

neoclassicisme

(1750-1800) stijl waarin vormentaal van de Klassieke Oudheid wordt nagevolgd. Vooral in de beeldhouwkunst en de architectuur is het een belangrijke stroming. Hoewel de belangstelling na 1800 is afgenomen, blijft het neoclassicisme gedurende de hele negentiende eeuw de officiële stijl die op academies wordt onderwezen.

neorealisme

filmstroming die in Italië ontstaat rond de Tweede Wereldoorlog. Regisseurs als Luchmo Visconti maken films die het gewone dagelijkse leven benadrukken. Er wordt veelal op locatie gefilmd en vaak wordt er gebruikgemaakt van amateur-acteurs

neostijlen

benaming voor stijlen die kenmerken van een vroegere stijl opnieuw hanteren. Te onderscheiden zijn o.a. neogotiek (> gothic revival], neorenaissance, > neoclassicisme en neobarok. Als de stijlen door elkaar worden gebruikt spreekt men over > eclecticisme.

het Nieuwe Bouwen

benaming die in Nederland tussen 1925 en 1940 gebruikt wordt voor moderne architectuur beïnvloed door > Bauhaus en > CIAM. De architecten die ertoe gerekend worden, introduceren in Nederland een functionele bouwstijl waarin voor glas, staal en beton een belangrijke rol is weggelegd. Aandacht voor industrialisatie van de bouw en stedenbouwkunde

nô-theater

klassiek Japans toneel, ontstaan in de veertiende eeuw, uitsluitend gespeeld door mannen die voor een deel maskers dragen en die bij hun handelingen worden begeleid door sprekers en een klein orkest bestaande uit drie slagwerkers en een fluitist. Inhoud van het nö-spel is historisch en religieus bepaald.

Notre-Dameschool

vroege meerstemmige vocale muziek, religieus, zoals die ontstaan is vanuit de koorschool van de Notre-Dame, Parijs, dertiende eeuw.

nouveau realisme

stroming in de beeldende kunst die ontstaat in Frankrijk in 1960. De werken kennen vaak een ironische betekenis en zijn vaak gemaakt van alledaagse (afval]materialen. Kunstenaars Yves Klein, Jean Tinguely en Christo.

nouvelle vague

letterlijk nieuwe golf. Filmstroming die in Frankrijk ontstaal rond 1959. Nouvelle-vaguefilms zijn heel persoonlijk en vaak experimenteel. Jean luc Godard.

pointilisme

schilderstijl ontwikkeld door Seurat (1859-1891), waarbij wordt gepoogd het lichtverlies dat optreedt bij het mengen van verf te elimineren door de verf ongemengd, in stippen naast elkaar op het doek aan te brengen. Voor het oog mengen de stippen zich tot nieuwe kleuren.

pop art

stroming in de beeldende kunst vanaf 1955. De pop-art ontleent haar naam aan het gebruik van motieven uil de populaire massamedia. [h!5]

postmodernisme

het postmodernisme gaat, in tegenstelling tot het modernisme, uit van de onmogelijkheid grote utopieën te verwezenlijken. Postmodernisme benadrukt dat maatschappelijke en persoonlijke ontwikkelingen instabiel zijn en door veel vaak tegengestelde cullurele factoren wordt bepaald. Als stijlaanduiding in de kunsten geeft het begrip aan dat een veelheid van stijlen en uitgangspunten worden gecombineerd in één kunstwerk

psychedelische rock

benaming voor progressieve rock 'eind jaren zestig' waarin geëxperimenteerd wordt met voor de popmuziek afwijkende instrumenten en met geluidstechnische foefjes. In plaats van dansmuziek is dit muziek om naar te luisteren, al dan niet onder invloed van drugs. Term is nauw verbonden aan het hippietijdperk.

punk

stroming in de popmuziek eind jaren zeventig ontstaan in Groot-Brittannië als reactie op de toen populaire commerciële en industriële popmuziek. Eenvoudig instrumentarium en shockerende teksten zijn kenmerkend. In breder verband benaming voor jongerencultuur die wat betreft ideeën en uiterlijk zich afzet tegen middelmaat en burgerlijkheid

pure dans

moderne dansvorm waarbij de dansbewegingen zelf zowel inhoud als onderwerp zijn. De pure dans verwijst alleen naar het dansen zelf en is antiexpressionistisch. Grondlegger is Merce Cunningham, verder ontwikkeld door Judson Dance Theatre.

realisme

(eind negentiende eeuw) stroming waarbij verwerping van idealistische onderwerpen, de academische schildertrant en burgerlijke conventies centraal staat. Op de zichtbare werkelijkheid gebaseerde onderwerpen in een stijl zonder opsmuk. In de literatuur een overgang van de > romantiek naar het ^ naturalisme. In het drama heeft het verhaal meer te maken met de realiteit. Gestreefd wordt naar het objectief weergeven van de eigentijdse alledaagse werkelijkheid. Muziek > zie verisme.

reggae

muziekstijl ontstaan in Jamaica. Nadruk op tweede en vierde tel van een vierkwartsmaat (afterbeat). Het ritme van de reggae klinkt vanaf eind jaren zestig in veel westerse popmuziek door. De oorspronkelijk Jamaicaanse reggae, de roots-reggae, kenmerkt zich door sociaal of politiek getinte teksten

renaissance

(vijftiende eeuw) herleving van de idealen en vormentaal van de > klassieke oudheid (voornamelijk de Romeinse kunst). Opgekomen in Italië, met als centrum Florence, rond de dertiende/veertiende eeuw. Zij wordt beschouwd als de overgang van de Middeleeuwen naar de nieuwe tijd. De Middeleeuwse anonieme ambachtsman maakt plaats voor de zelfbewust individuele kunstenaar die een zelfde status bezit als de geleerden. Ideaal was de uomo universalis, de veelzijdige mens. Veel kunstenaars presenteerden zich in meerdere disciplines.

rhythm and blues

verzamelnaam voor zwarte dansen amusementsmuziek. Ontstaan als vermenging van > blues en gospelzang. Vooral populair in de jaren vijftig en zestig in de zwarte Amerikaanse gemeenschap

rococo

benaming voor decoratieve lichtvoetige stijl in bouwkunst en beeldende kunst, eerste helftl8eeeuw. De rococo borduurt voort op de Italiaanse > barok. Kenmerkend zijn grillige 'schelp'vormige decoraties, gebruik van pastelkleuren en in de architectuur veel aandacht voor het verstrooien van licht in spiegels en kristal. Vooral populair in Frankrijk onder LodewijkXV.

rock'n-roll

muziekgenre ontstaan in de jaren vijftig uit > rhythm and blues en country en in die zin een verbinding tussen blanke en zwarte muziek. Ten opzichte van de toen bestaande muziek ritmisch en rauw. Begin van de popmuziek. De benaming rock'nroll, of kortweg rock wordt ook wel gebruikt als algemene aanduiding van popmuziek.

romantiek

(eind achttiende begin negentiende eeuw) cultuurhistorische periode die wordt gekenmerkt door belangstelling voor het individu en zijn gevoelsbeleving. Verzet tegen de > Verlichting, opkomst industrie en de verstedelijking. Men vlucht uit deze alledaagse realiteit. Dit blijkt uit een waardering voor het landschap, de emotie, en religieuze ervaringen. Een hang naar het verleden en exotische culturen. Niet langer is de natuurgetrouwe afbeelding van belang, maar de creatieve schepping van de kunstenaar. Er ontstaat hierdoor een verering van het kunstenaarsgenie.

seriële muziek

serialisme. Uitbreiding van de twaalftoonstechniek waarbij niet alleen de noten in reeksen worden vastgelegd, maar ook de toonduur, sterkte, klankkleur en articulatie. De reeks bepaalt de structuur van de gehele compositie. Componist Karlheinz Stockhausen.

soul

oorspronkelijke betekenis ziel of bezieling. Als muziekvorm zwarte popmuziek ontstaan uit gospelzang en > rhythm and blues. [h!5] suprematisrne schilderstijl ontwikkeld door de Russische kunstenaar Malevich. Volledig abstracte kunst met geometrische figuren als vormelementen. Doel opwekken van pure niet aan de werkelijkheid gekoppelde gevoelens. Tussen 1915 en 1924.

surrealisme

beweging in beeldende kunst, literatuur en film ontstaan in 1924, in verval geraakt door opkomst fascisme en uitbreken Tweede Wereldoorlog. Het surrealisme roept op tot het verbeelden en uitbeelden van een hogere realiteit achter de uiterlijke verschijningsvorm. Beroept zich op psycho-analyse van Sigmund Freud. Belangstelling voor droom, visioen en erotische fantasieën. In de beeldende kunst onderscheiden we automatisme en de > trompe l'oeil-schilderkunst. [hl 1] In de film is zij zeer nauw verwant met de beeldende kunst en de literatuur. De verhaallijn, zo belangrijk in de klassieke Hollywoodfilm, wordt losgelaten, evenals het idee van oorzakelijke verbanden. Zij gebruiken seksuele verlangens en extase, geweld, godslastering en bizarre humor om bij de toeschouwer ongekende gevoelens op te wekken. Anders dan de o> impressionisten zijn de surrealisten altijd afhankelijk geweest van particuliere geldschieters. De literatuur heeft een ideologisch karakter. Na de Eerste Wereldoorlog leeft het idee dat de Westerse maatschappij moet veranderen. Taal en vooral poëzie kan deze hervorming teweegbrengen,

swing

jazzvorm die zeer populair is van 1930 1950. Swing is dansmuziek die wordt uitgevoerd door grote orkesten (bigbands], eventueel aangevuld met een zanger of zangeres. Het woord swing wordt ook wel gebruikt als werkwoord voor alle muziek die dansbaar klinkt Zijn muziek swingt de pan uit.'

symbolisme

(1870-1916) stroming in de literatuur en beeldende kunst eind negentiende eeuw, waarin wordt gepoogd de niet waarneembare ervaringen (ideeën, dromen en fantasieën) te symboliseren in een waarneembare vorm. Het onzichtbare wordt zichtbaar gemaakt.

symfonische rock

benaming voor rockmuziek waarin de opbouw van een nummer, arrangementen en zang associaties oproepen met klassieke (symfome)muziek. Bekend voorbeeld hiervan is de elpee A Niyht at the Opera (1975) van Queen.

trecento

algemene naam voor (kunstvormen uit de) veertiende eeuw in Italië. Meer specifiek Italiaanse meerstemmige muziek uit de veertiende eeuw.

verisme

het in de literatuur opkomende > realisme en > naturalisme voert eind negentiende eeuw in Italiaanse muziek tot verisme. Richt zich vooral op het thema (de tekst) van de opera realistisch. De taal bepaalt ritmisch en melodisch de zang. Handeling vaak gepassioneerd en heftig om te shockeren. Muziek is grover van structuur met sterke in het oog springende effecten. Componist Verdi.

verlichting

filosofie en levenshouding uit de achttiende eeuw die uitgaat van de rede, het gezonde verstand. (Wetenschappelijk) onderzoeken, catalogiseren en rubriceren op verstandelijke en zoveel mogelijk objectieve gronden is kenmerkend. Verwerven en verspreiden van kennis zal op den duur leiden tot het 'verlichten' van de mensheid. Kerk en vorst worden bekritiseerd omdat hun gezag niet op rationele gronden is gebaseerd.