middeleeuwen

 

.... ..



.....


 

Kathedraal in Autun

Tapijt van Bayeux

 

Les in Gregoriaans zingen

Getijdeboek Philips de Goede

Cimabue: eind 13e eeuw; Madonna met het kind

Jan van Eyck; kruisiging

Giotto, kruisiging

Van der Weyden; kruisiging

Giotto; lamentatie

Jan van Eyck; Mariaboodschap (annunciatie)

Paus Benedictus en Paus Cornelius

Kardinaal Ferretti

 

17e eeuw

Een genreschilder is een kunstschilder die taferelen uit het dagelijks leven weergeeft. Het product van een genreschilder wordt een genrestuk genoemd.

Beroemdste genreschilders zijn Gerard Dou, Jacob Jordaens en Jan Steen. Maar ook Adriaen Brouwer kan er wat van, getuige zijn herbergscenes.

 

 

 

Porselein

Porselein is een niet poreus keramisch materiaal dat hard, wit en doorschijnend is. Vanwege het schelpachtige karakter heeft het materiaal de naam 'porselein' gekregen, van het Italiaanse woord voor venusschelp: 'porcella'. De grondstoffen zijn kaolien (porseleinaarde), veldspaat en kwarts. Porselein wordt bij een zeer hoge temperatuur gebakken. China was de bakermat van het porselein; al in de 3de eeuw na Christus werd hier porseleinachtige keramiek vervaardigd. Pas in de 16de eeuw bereikten producten van porselein Europa. Import op grote schaal door de VOC veroorzaakte een ware porseleinrage in de 17de eeuw. In dezelfde periode raakte ook het drinken van thee en koffie in de mode, hetgeen de vraag naar porseleinen kopjes en schotels in de hand werkte.

Geheim onthuld

De porseleinrage had grote gevolgen voor de aardewerkfabricage in Europa. In een poging het Chinese product te imiteren, schakelden veel fabrieken over van bontgekleurd naar blauw-wit aardewerk. In Delft ontstond zo een bloeiende industrie. Niet alleen bootste men het porselein na, er werden ook pogingen gedaan het recept te vinden. Talloze experimenten - met verschillende kleisoorten of gemalen glas - waren vruchteloos, totdat in 1709 natuurkundige E.W. von Tschirnhaus en alchimist J.F. Böttger erin slaagden echt porselein te vervaardigen. In het Saksische Meissen werd een fabriek onder koninklijk toezicht gevestigd, die meer dan een halve eeuw in Europa de toon aangaf. Ook elders ontstonden porseleinfabriekjes. Toen het rococo over zijn hoogtepunt heen was, omstreeks 1770, werd Meissen door Sèvres en Wedgewood voorbijgestreefd.

Een groepje vrouwelijke muzikanten en een danseres (aan de andere zijde van de vaas) worden gadegeslagen door een voorname dame met haar dienaressen. Het tafereel is met kobaltblauw glazuur en kleurig email aangebracht op een porseleinen vaas. De vaas is gemaakt in China, in de turbulente periode waarin de Qing-dynastie (1644-1912) de macht overnam van de Ming-dynastie (1368-1644). Het porselein dat in deze tijd van burgeroorlogen werd gemaakt, was zeer populair in het westen en werd in grote hoeveelheden door VOC-kooplieden naar Europa verscheept. Meestal is de decoratie alleen in blauw uitgevoerd.

Het oudste poppenhuis van het Rijksmuseum dateert uit 1676. Het is als liefhebberijLiefhebberijIn de 17de eeuw legden rijke kooplieden in de Nederlanden dikwijls verzamelingen aan. Zij bewaarden hun kostbaarheden in zogenaamde kunstkasten. De vrouwen van deze welgestelde heren legden ook verzamelingen aan, maar dan op hun eigen terrein: het huishouden. Grote kasten werden ingericht als huizen, compleet met miniatuurmeubilair en poppetjes. Deze poppenhuizen waren echte bezienswaardigheden. Wanneer er belangrijk bezoek kwam, toonden de heer en de vrouw des huizes hun collecties. De man opende de laden van zijn kunstkast en gaf uiteenzettingen over de inhoud. Zijn echtgenote liet haar gasten het poppenhuis zien en gaf een uitgebreide demonstratie van de mogelijkheden van het huis. Zo kon zij de inhoud van kasten tonen, verborgen ruimtes laten zien, het licht aandoen en de fontein in de tuin echt water laten spuiten. Een poppenhuisdemonstratie kon uren duren. samengesteld door de welgestelde jonge vrouw Petronella Dunois. Zij liet het poppenhuis na aan haar dochter en zo werd het huis eeuwenlang in vrouwelijke lijn vererfd. In 1934 werd Petronella's poppenhuis aan het Rijksmuseum geschonken. De 17de-eeuwse inhoud van het poppenhuis is, gezien een inventarislijst uit 1730/40, nog grotendeels intact. Wel is in de loop der tijd steeds iets aan het huis toegevoegd, zodat het nu voller is dan in de tijd van Petronella Dunois.

 

De compagnie van Frans Banning Cocq en Willem van Ruytenburch, bekend als de 'Nachtwacht' - 1642 door Rembrandt Harmensz. van Rijn

De 'Nachtwacht', het beroemdste schilderij uit het Rijksmuseum, heeft eigenlijk een andere titel: 'De compagnie van Frans Banning Cocq'. Het schilderij is een schuttersstuk: een groepsportret van een afdeling van de schutterij. Rembrandt beeldde de groep schutters op een heel originele manier af. Hij schilderde de schutters niet keurig op een rijtje of zittend aan hun jaarlijkse feestmaaltijd, maar gaf een momentopname weer: een groep schutters die zojuist in actie is gekomen en begint te lopen.
Op een schild boven de poort staan 18 namen van geportretteerde schutters. Een compagnie had meer leden, maar alleen zij die betaalden kwamen op het groepsportret. De tamboer werd ingehuurd en mocht er daarom gratis bij. De overige personen voegde Rembrandt toe om het schilderij levendiger te maken. Wie staan er op de Nachtwacht?

Symbolen

De schutters op de 'Nachtwacht' heten Kloveniers, naar de 'klover', een 16de-eeuws vuurwapenKlover in onbruikIn de 17de eeuw gebruikten de Kloveniers niet meer de ouderwetse klovers. Zij schakelden over op musketten en andere wapens, maar de naam van het gilde bleef onveranderd.. Rembrandt verwerkte de symbolen van de Kloveniers op een natuurlijke manier: het meisje op de achtergrond draagt de belangrijkste bij zich. Zij is een soort mascotte. De klauwen van de kip (1) aan haar gordel verwijzen naar 'Clauweniers', Kloveniers. Het pistool (2) (achter de kip nog net zichtbaar) staat voor de klover. En in haar hand houdt zij de ceremoniële drinkhoorn van de Kloveniers (3). De schutter voor haar heeft een helm met eikenblad, een traditioneel Kloveniersmotief. Dat het hier om de Amsterdamse Kloveniers gaat, is te zien aan een subtiel detail. In de revers van de jas van de luitenant zijn de drie kruisjes van het wapen van Amsterdam te onderscheiden.

Volstrekt nieuw: een momentopname!

Op 16de-eeuwse schuttersstukken staan de schutters meestal in rijen en soms zitten zij rond een tafel aan een maaltijd, zoals bij Cornelis Anthonisz. Cornelis Ketel schilderde in 1588 voor het eerst een groep schutters ten voeten uitTen voeten uitDeze term wordt gebruikt om aan te duiden dat iemand van top tot teen, 'ten voeten uit', is afgebeeld.. Nicolaes Eliasz, een tijdgenoot van Rembrandt, combineerde zittende en staande schutters op één doek. Op Rembrandts 'Nachtwacht' bewegen de schutters door elkaar. Zij praten en grijpen hun wapens. Al wandelend geeft kapitein Banning Cocq zijn luitenant, Van Ruytenburch, opdracht de compagnie te laten marcheren. De 'Nachtwacht' lijkt een momentopname van een groep in actie, geen geposeerd portret. Dat maakt de 'Nachtwacht' zo radicaal anders dan alle andere schuttersstukken.

Stofuitdrukking

Rembrandt was een meester in het uitbeelden van verschillende stoffen. Voor verschillende onderdelen van het schilderij, gebruikte hij zeer uiteenlopende manieren van schilderen: de ene keer heel precies, de andere keer met grove penseelstreken; soms glad en soms met dikke klodders. Vaak offert Rembrandt nauwkeurigheid op aan levendigheid.

Compositie

Hoe zit de compositie van de 'Nachtwacht' in elkaar?

* de architectuur op de achtergrond is vrijwel symmetrisch
* ook de schutters zijn min of meer symmetrisch geplaatst
* de kapitein en de luitenant doorbreken de symmetrie: ze staan rechts van het midden
* deze asymmetrie geeft de compositie spanning. Het oog trekt beide heren een beetje naar links, in de richting waarin ze lopen. Zo wordt de beweging versterkt.
* de lijnen van een aantal stokwapens lopen evenwijdig. Ze verbinden het centrum van de compositie met de ruimte buiten het schilderij.

Lastige verkortingen

De hand van Banning Cocq en de partizaan van Van Ruytenburch lijken echt uìt het schilderij te komen. Zulke verkortingen zijn erg moeilijk weer te geven. Rembrandt nam deze moeilijke hindernis met glans. De hand van de kapitein lijkt net echt. Met het wapen van Van Ruytenburch had Rembrandt meer moeite. Dit blijkt uit röntgenopnamen van het schilderij. De partizaanPartizaanEen partizaan is een stokwapen met een steel van twee ß drie meter en een lange, platte, ijzeren kling (punt), die uitloopt in een brede punt. De kling is aan de onderzijde voorzien van kleine vleugels of oren. De partizaan werd als strijdwapen gebruikt vanaf de Middeleeuwen tot in de 19de eeuw. Bij de 17de-eeuwse schutterijen diende het wapen als herkenningsteken van de luitenant. was in Rembrandts eerste versie veel te groot en moest enkele keren worden verbeterd. Rembrandt schilderde meestal zonder voorbereidende schets direct op het doek. Wanneer hij iets wilde veranderen, deed hij dat al schilderend. Een goed voorbeeld van deze werkwijze is zijn portret van de 'Staalmeesters' uit 1662.

Oorspronkelijke plaats

De 'Nachtwacht' was bestemd voor de Kloveniersdoelen. Dat gebouw werd in 1638 met financiële steun van het stadsbestuur uitgebreid. Voor de 'Groote Sael' op de eerste verdieping bestelden de schutters zeven groepsportretten. De zaal was vier meter hoog en de schuttersstukken waren groter dan gebruikelijk. De schilderijen besloegen drie wanden; in de vierde wand zaten ramen. De 'Nachtwacht' hing op de lange wand naast doeken van Jacob Backer en Nicolaes Eliasz. De andere schilderijen waren van Flinck, Von Sandrart en Van der Helst. Waar Rembrandt het grote schilderij maakte, is niet zeker. Waarschijnlijk werkte hij onder een afdakje in de tuin van zijn huis aan de Jodenbreestraat.

Verhuisd en gehavend

De 'Nachtwacht' is een paar keer verhuisd. Tot 1715 hing het schilderij in de 'Groote Sael' van de Kloveniersdoelen. Daarna werd het overgebracht naar het stadhuis op de Dam. Bij die gelegenheid is het schilderij ingrijpend aangepast. Omdat de 'Nachtwacht' niet op de muur paste, is het schilderij aan alle zijden verkleind.
Vooral links is er een grote strook afgehaald. Helaas zijn deze stukken niet bewaard gebleven. Een 17de-eeuwse kopie van Gerrit Lundens laat zien hoe het schilderij er oorspronkelijk uit zag.