Mesopotamië

Ruim 5500 jaar geleden bouwden de Sumeriërs de eerste steden, in het zuidelijk deel van de lange vruchtbare vallei tussen Tigris en Eufraat. Beide stromen vloeien vanuit Turkije door het huidige Irak en monden uit in de Perzische Golf.
De Sumeriërs vonden een schrift uit, ontdekten het brons en beschikten over voertuigen met wielen. De Grieken noemden het gebied Mesopotamia, land tussen twee rivieren.
Het werd de wieg van onze beschaving en het thuisland van Akkadiërs, Babyloniërs en Assyriërs die er als veroveraars binnendrongen.
Al deze volkeren wisten zich in Tweestromenland te handhaven tot de Perzen hen in 539 vC. in een nog groter rijk inlijfden.

Tussen Tigris en Eufraat

Naast Tigris en Eufraat ligt nu de woestijn, maar toen was dit een vruchtbaar grasland met kudden getemde wilde dieren en nomaden, die graan leerden verbouwen.
De Sumeriërs waren vermoedelijk afkomstig uit Midden-Azië. Zij waren landbouwers, gebruikten stenen werktuigen, produceerden zwart beschilderd aardewerk en bouwden tempels.
Zij kenden geen aanvankelijk centraal gezag, maar vormden stadstaten, die elkaar af en toe ook bestreden. Krijgsgevangenen werden ook de eerste slaven.
In de zon gedroogde kleistenen leverden het bouwmateriaal voor steden, zoals Ur dat op 300 km van de monding van de Eufraat ligt. Zo ontstonden ook Uruk (Erech in de Bijbel) 65 km verder noordwaarts en Nippoer, 160 km ten zuiden van Bagdad.

straatmuur uit Ur


De oudste gekende heerser van de Sumeriërs, die de steden toch onder centraal gezag bracht, is Etana, koning van Kish (2800 v.C.), die door latere geschiedkundigen omschreven werd als 'de man die stabiliteit in de landen bracht'.
Kort na diens dood stichtte Meskiaggasher een rivaliserend rijk in Erech (Uruk), ver ten zuiden van Kish. Dat rijk reikte snel van de Middellandse Zee tot het Zagros-gebergte.
Hij werd opgevolgd door zijn zoon Enmerkar (2750 v.C.) en Lugalbanda, één van diens militaire leiders.
Na hem volgde Enmebaragesi, een koning van de Etana-dynastie die het rijk van Elam onderwierp en de Enlil-tempel liet oprichten in Nippur, dat stilaan het religieus en cultureel centrum van Sumeriërs werd.

Van Zagros tot Taurus

Agga, de zoon van Enmebaragesi werd de laatste koning van Etana. Hij werd overwonnen door de koning van Ur, Mesanepada (2670 v.C.), die de 1ste dynastie van Ur stichtte.
Kort na diens dood groeide Erech uit tot politiek centrum.
Dat gebeurde tijdens de regeerperiode van Gilgamesj (2700 - 2650 v.C.). Zijn daden zouden worden verheerlijkt in het "Epos van Gilgamesj".
In de 25ste eeuw voor onze jaartelling breidde Lugalanemundu het rijk uit van de Zagros tot het Taurus-gebergte en van de Perzische Golf tot de Middellandse Zee.
Deze koning werd opgevolgd door Mesilim, maar onder diens bewind boerde het rijk achteruit.
Er was voortdurend strijd tussen de stadstaten tot Eannatum (2425 v.C.) van Lagash aan de winnende hand was.
Hij triomfeerde echter niet lang en één van zijn laatste opvolgers, Uruinimgina, werd overwonnen door Lugalzagesi (2370 -2347) van de stadstaat Umma, die de volgende twintig jaar de belangrijkste heerser van het Midden-Oosten zou worden.

zilveren lier uit Ur ,2600-2400 b.c.

Musici van Asurbanipal

Tempels en Ambachtslieden

De Sumeriërs geloofden dat de goden de aarde regeerden en dat de mensen hun dienaren waren. Elke stad was daarom eigendom van een god, zoals Enlil, god van lucht en aarde, Ea, god van het water of Sin, god van de maan.
Slechte oogsten, overstromingen of droogte en sprinkhanenplagen waren een uiting van de toorn der goden. In de tempel van elke stad, de aardse woning van de godheid, volgden dan plechtigheden.
De tempel van Ur had een omtrek van 210 m en de trap naar de goddelijke woning was 24 m hoog. Naast de tempels stonden hoge torens, de zigurrat's.
De stedelingen plaatsten ook beeldjes van zichzelf op de altaren. De ogen ervan waren groot om ontzag en verering in de verf te zetten.
Binnen de muren van de tempels waren de werkplaatsen voor ambachtslieden, ervaren metaalbewerkers die brons leerden maken door tin aan koper toe te voegen en die uit koper, brons, goud en zilver werktuigen en edelsmeedwerk vervaardigden.
De oudste gevonden wagenwielen dagtekenen uit 3250 vC. Zij werden gevonden in Kisj en Susa.

gouden kom uit Ur, 2400-2600 voor Christus

De poort van Ishtar, Ur


Het Sumerisch schrift

Omstreeks 3000 vC. ontwikkelde zich het schrift.
De groei van de handel leidde hiertoe omdat de Sumeriërs hun zakelijke transacties moesten vastleggen. Aanvankelijk gebeurde dat met eenvoudige tekeningen die met een rieten stift op een kleitablet werden gegrift.
Belangrijke documenten werden gebakken om ze te bewaren.
De 500 volgende jaren kwamen er abstracte symbolen bij die woorden of lettergroepen voorstelden. Dat werd het spijkerschrift omdat de tekens bestonden uit wig- en spijkervormige lijnen.
In feite waren het allemaal driehoekige tekens omdat bij het begin van de lijn een 'kop' ontstond doordat de stift daar dieper in het kleitablet werd gezet.
Dat schrift verspreidde zich over West-Azië en in verschillende talen.
De Sumeriërs waren ook wiskundigen. Zij telden in tientallen en zestigtallen. Vandaar de verdeling van een cirkel in 360° en een uur in 60 minuten. Begaafde Sumeriërs kenden ook algebra en geometrie, bekwaamden zich in de geneeskunde en kenden de geneeskrachtige eigenschappen der planten.
Babyloniërs en Assyriërs zouden die wetenschappen overnemen. Later zou veel van deze kennis overgaan op Grieken en Romeinen.
Van het schrift bleven niet alleen handelsdocumenten over, maar ook wetteksten en een 'wijsheidsliteratuur1, zoals volgende tekst:

Een rusteloze vrouw in huis is een last bij een kruis.
We zijn gedoemd om te sterven, laten we verkwisten.
We zullen lang leven, we zullen zuinig zijn.
Wie veel zilver heeft, is misschien gelukkig.
Wie veel gerst heeft, misschien ook.
Maar wie niets bezit, kan slapen.
Je kunt een heer hebben, een koning.
Maar wie je vrezen moet is de belastingontvanger

Een niet eens voorbijgestreefde wijsheid.

 

Sumerische pictogrammen, ca.5300-3000 v.C. en Babylonisch spijkerschrift met lettergreepklanken. Later volgt hier het spijkerschrift met letterklanken uit.

 

 

Het Gilgamesj Epos

Kleitablet met fragment van het Gilgamesj verhaal

De literatuur bevat ook verhalen waarin koningen een hoofdrol spelen. Een voorbeeld is het Gilgamesj-epos.
Gilgamesj was in 800 vC. koning van Uruk. Hij wordt beschreven als een man van de daad, die met zijn kameraad Enkidu het cederwoud betreedt. Samen doden zij de bewaker ervan, het monster Chuwawa.
Enkidu moet hiervoor boeten met zijn leven. Gilgamesj wil de dood ontsnappen.
Tijdens zijn omzwervingen ontmoet hij Utnapistim, die onsterfelijk is gemaakt, nadat hij tegen de wil van de goden in de zondvloed heeft overleefd.
Hij vertelt hem over deze zondvloed en biedt hem de kans op onsterfelijkheid.
De mogelijkheden ontglippen Gilgamesj echter: zes dagen wakker blijven en baden in een fontein der jeugd, kan hij niet verwezenlijken. Als hij het laatste redmiddel in handen krijgt, het levenskruid geplukt op de zeebodem, wordt hem dit door een slang ontfutseld.
Gilgamesj beseft dat het eeuwige leven alleen voor de goden is weggelegd.
Het fragment over de zondvloed werd al eens vergeleken met het latere bijbelverhaal. Temeer omdat hierin o.m. wordt verteld:
"De berg Nisir hield het schip vast, zodat het niet bewegen kon. Toen de zevende dag aanbrak, liet ik een duif uitvliegen. De duif keerde terug, zij vond geen rustplaats. Toen liet ik een zwaluw uitvliegen, maar hij keerde terug".
Wanneer het vloedwater wijkt wordt een raaf uitgezonden:"... en ziende dat de wateren gedaald zijn, eet hij, vliegt rond, krast en keert niet terug".
Beneden-Mesopotamia stond herhaaldelijk bloot aan verwoestende overstromingen.

 

Koningsgraven van Ur

De belangrijkste restanten van de Sumerische beschaving werden gebouwd omstreeks 2500 vC.
Zij werden pas in de jaren twintig van onze eeuw ontdekt door de Brit sir Leonard Woolley. Hij vond een reeks graven naast de stadsmuur.
Duizenden waren leeggeplunderd, maar na diep graven stuitte hij op tomben, gebouwd met stenen die van 48 km ver waren aangebracht. Er waren diepe schachten waarin men kon afdalen en Woolley vond volledige skeletten, rijk getooid met sieraden van goud, bewerkte halfedelstenen en bekers en vazen in goud.
De doden waren VIP's en hadden ook dienaren meegekregen.
In het graf van koning Sjubad lagen de skeletten van 68 hofdames met een gouden of zilveren hoofdtooi. Er lagen ook met speren gewapende soldaten en twee ossenwagens met de dierenskeletten.
Geen enkel skelet vertoonde sporen van geweld. Bovendien lagen ze netjes geordend en hebben ze vermoedelijk al liggend een bedwelmend middel ingenomen.


Het Eerste Imperium

Omstreeks 2300 VC. werd heel Mesopotamia, met zijn stadstaten, onder de voet gelopen door Sargon (2335-2279), aanvoerder van de Akkadiërs. Zij waren Semieten die ten noorden van de Sumeriërs hadden gewoond.
Hun naam verwijst naar de stad Akkad, waarvan de juiste ligging niet is bepaald. Sargon droomde van een verenigd koninkrijk. Zijn rijk kreeg dan ook de naam "Sumer en Akkad" en zijn dynastie van de Akkadiërs zou het een eeuw uithouden.
Sargon's leger trok door naar (het nu Turkse) Anatolia en zijn rijk reikte tot de Middellandse Zee. Het eerste rijk in de geschiedenis was geboren.
Na zijn dood en tijdens het bewind van zijn kleinzoon Naram-Sin (2255 - 2218) viel het imperium uiteen bij invallen van de Guti, een bergvolk uit het noordoosten.
Omstreeks 2100 VC., na een eeuw Guti-dominantie, herstelden de Sumeriërs zich.
Lagash zou opnieuw een vooraanstaande rol innemen onder het gouverneurschap van Gudea (2144 - 2124), een Sumeriër van wie de meeste standbeelden werden teruggevonden.
Het zou echter onder Utuhegal zijn, een koning van Erech tussen 2120 en 2112, dat de Sumeriërs het juk van de Guti eindelijk kunnen afschudden.
Ur-Nammu (2113 - 2095), één van de generaals van deze koning stichtte vervolgens de 3de dynastie van Ur. Deze man voerde een aantal sociale hervormingen door en lag aan de basis van een wetboek, dat drie eeuwen voor dit van Hammurabi, als toonaangevend werd beschouwd.
Ook onder het beleid van zijn zoon Shulgi (2095 - 2047) bloeide het rijk, en vooral de literatuur. Scholen werden opgericht. Onder leiding van Urnammu verrees de zigurrat van Ur.

Pas laat ontdekt

Tot halverwege de 19de eeuw wist men niets over de Sumeriërs, hun taal en hun cultuur.
De wending kwam er door het archeologisch speurwerk van de Fransen Paul Emile Botta en Victor Place, de Britten sir Austin Henri Layard en sir Henry Creswicke Rawlinson en de Irakees Hormuzd Rassam.
Zij verrichtten het grootste deel van hun werk in Assyrische opgravingsplaatsen, zoals Nineveh, Dur Sharrukin en Calah.
Pas nadien kwamen de vroegere Sumerische steden aan de beurt. Zo werden ook de ruïnes gevonden van het paleis van Sargon in Akkad, dat dagtekende van 3000 jaar v.C.

 

Hammurabi, Elamieten en Babylon

Hammurabi, de Wetgever

Een nieuwe Semitische invasie betekende in 2000 vC. het definitieve einde van de Sumeriërs.
De Elamieten kwamen uit het oosten, de Amorieten uit het noorden. Twee eeuwen burgeroorlog volgden tussen de stadssteden om de suprematie te verwerven.
Mari (Tell Harriri, aan de Midden-Eufraat, was toen de belangrijkste stad.

Eerbewijs aan de Goden

Elke Sumerische stad had een tempel ter ere van haar beschermgod en daarnaast stond soms een enorme zigurrat, een terrasvormige paleis - tempeltoren met trappen naar de top en het heiligdom van waaruit de god naar het volk kon afdalen.
Zo is een reconstructie van de zigurrat van Ur, in 2100 v.C. gebouwd voor de maangod Sin. De omtrek was 210 m, de trap 24 m hoog. De ruïnes liggen volgens een regelmatig stratenplan.
Het paleis telde 300 vertrekken. Het bevatte ook de school waarin ambtenaren werden opgeleid, in het archief van dit paleis werden 20.000 spijkerschriften gevonden.

Amorieten -koning Hammurabi maakte een einde aan de burgeroorlog toen hij in 1792 vC. de troon van Babylon besteeg.
Hij was een groot wetgever. De zogeheten 'Wetstèle' (in het Parijse Louvre), die gevonden werd in Susa, bevat wetten in spijkerschrift, zowat 15 eeuwen eer het Romeins recht ontstond!
Rekening houdende met hun tijd waren ze rechtvaardig en betrekkelijk humaan:

"Indien een man tijdens een overval of invasie wordt gevangen of met geweld wordt weggevoerd en hierdoor lang elders vertoeft, en indien een ander zijn vrouw intussen tot zich nam en zij een zoon baarde, dan dient hij bij zijn terugkeer zijn vrouw terug te krijgen".
De rechten van de vrouw werden zelfs niet vergeten:
"indien een man zich van zijn eerste vrouw afkeert, maar die het huis niet verlaat, dat is de nieuwe vrouw met wie hij trouwt, zijn tweede vrouw, en moet hij de eerste blijven onderhouden... ".
Op diefstal, overspel en het uiten van valse beschuldigingen stond de doodstraf.
Onkundige bouwers of dokters, die leed veroorzaakten werden bestraft. Dat ging van handen afhakken, of zware boetes tot de doodstraf.
De oude Sumerische goden werden nog wel vereerd, maar hoofd van het pantheon werd de Babylonische god Marduk.
Het brandpunt van de godsdienst werd de Esagila- tempel in Babylon waarnaast een geweldige zigurrat werd gebouwd, de oorspronkelijke Toren van Babel uit de Genesis.

 

Assyrische veroveringstochten

Kort na Hammurabi's dood was het de beurt aan de Assyriërs, donkerharige Semieten met een gedrongen gestalte, om hun rijk uit te bouwen in Tweestromenland. Zij kwamen van bij de Tigris en hun hoofdstad was Assur.
Oorlogen waren alweer noodzakelijk. Ditmaal om de handelswegen te vrijwaren.
Zij versloegen, dank zij hun ijzeren wapens, de Hittieten (1200 vC.) en een eeuw later bestormde Tiglatpileser I Babylon. H
et rijk liep tot Oost-Turkije en de Middellandse Zee. Het schrompelde nadien in elkaar bij gebrek aan krachtige leiders tot de komst van Assurnasirpal II, een militair genie uit de 9de eeuw vC.
Diens zoon Salmanassar III zette de expansie voort en liep ook Palestina en Syrië onder de voet. Bij hun aanvallen gebruikten de Assyriërs ook al stormrammen.
Sargon II maakte van Chorsabad zijn hoofdstad. Zijn zoon Sanherib (705-681 vC.) verkoos Nineve, waar de mooiste Assyrische beeldhouwwerken zijn gevonden, zoals de gevleugelde stieren en basreliëfs met strijdtonelen of bestraffingen.
De Assyriërs vilden de schepenen van opstandige steden en hingen hun huid aan de stadsmuren.


Stenen relief uit het paleis van Asurnasipal II, Nimrud, 883-859 voor Christus

Babylon en de Hangende Tuinen

Sanherib veroverde en verbrandde Babylon.
De stad nam wraak in 612 vC. en veroverde, met de hulp van de Meden , Nineve. Het Assyrische rijk werd onder de overwinnaars verdeeld. De Babyloniërs met koning Nebukadnessar nam het zuiden en westen. Babylon werd groter dan ooit.
De stadsmuur moet zowat 15 km lang zijn geweest en omarmde een oppervlakte van 13 km².
De stad bestond uit drie districten: in het midden stond het paleis van Nebukadnessar bij de processiestraat. De vijftien meter hoge reconstructie (Pergamonmuseum Berlijn) van het buitengedeelte van de Ishtarpoort aan het begin van die straat, geeft nu een idee van de vergane pracht.
De torens ervan waren volledig bekleed met geëmailleerde tegels, versierd met reliëfs van draken (symbool van Marduk), stieren (symbool van de onweersgod Adad) en leeuwen (symbool van de Babylonische vruchtbaarheidsgodin).
Bakstenen, gevuld met asfalt, vormden de kern van de muur. De grondvesten zaten even diep in de grond als de muur hoog was.
Nebukadnessar legde ook de hangende tuinen aan.
Sporen hiervan werden gevonden bij het paleis. Onder een dikke laag aarde werd een boogvormige onderbouw aangetroffen en de ruimte daaronder schachten waarin misschien pompen stonden om het water van de Eufraat naar boven te stuwen.
Vermoedelijk waren de tuinen aangelegd op een hoge trappiramide, waarvan de met aarde bedekte terrassen konden worden beplant.
De Babyloniërs waren reizigers en kooplieden en bemanden hun schepen met Feniciërs .
Zij brachten goederen mee uit India en Arabië. Duizenden vrachtbrieven of contracten zijn gevonden. Zelf exporteerden zij wol, gerst en geweven stoffen. Mineralen liet men uit Armenië afdrijven op vlotten van opgeblazen dierenhuiden.
De Babyloniërs bestudeerden ook sterren en planeten en poogden maan- en zonverduisteringen te voorspellen.
Zij maakten ook wegenkaarten voor hun handelaars. Een wereldkaart, in 500 vC. gegrift in steen, is overgebleven. Zij toont schematisch de toen gekende wereld.

De List van Cyrus

In 539 vC. werd Babylon overrompeld door de Perzen , die eerst het rijk van de Meden had veroverd.
Toen hij voor de stadspoorten stond waren de honderd bronzen stadspoorten, bestand tegen de zwaarste stormrammen, hermetisch afgesloten. De Griekse geschiedschrijvers Herodotos en Xenophon vertellen de verovering als volgt:
Koning Cyrus zette zijn soldaten aan het graven aan de noordkant, waar de Eufraat de stad binnenstroomde. De Babyloniërs dachten dat hij de stad wou omsingelen en uithongeren en dat de soldaten versterkingen aanlegden.
Cyrus liet hen dat geloven door zijn troepen in twaalf te verdelen.
Elke eenheid zou één maand per jaar instaan voor omsingeling en blokkade.
Babylon sliep op beide oren. De voedselvoorraden volstonden voor tien jaar.
Tijdens een feestdag volgde de verrassing. Koning Belsassar richtte op dat ogenblik een drink- en eetgelag in voor duizend rijksgenoten.
De spittende Perzen konden die nacht de oeverwallen van de Eufraat doorsteken en de stroom zijwaarts afleiden. Door de drooggevallen bedding konden zij de stad binnenrukken.
Langs de zuidelijke stadsmuur gebeurde hetzelfde. De aanval volgde van zodra het waterpeil was gezakt.
Goubarrou, een overgelopen generaal, wees de weg en de feestvierders werden volkomen verrast.
De joden uit Babylon's getto mochten terug naar Jeruzalem.
Cyrus verwoestte Babylon niet. Hij riep zich tot koning uit en ging zelfs naar de tempel van Marduk, de Babylonische offergod, en offerde paarden en stieren.
Het respect van de nieuwe heerser voor deze god leidde ertoe dat de Babyloniërs zich amper verzetten.
Twee eeuwen later zou Alexander de Grote de stad innemen, maar na diens korte leven en dood geraakte de stad in verval.
Wat nu overblijft is het resultaat van 2.000 jaar verwaarlozing en plundering in een stad die 3.000 jaar symbool stond voor de beschaving van Tweestromenland.
Na Alexander volgden nog andere Grieken en ook de Parthen, Sassaniden en Arabieren. Zij voerden in 635 de islam in. Arabisch verving Grieks en Perzisch als taal.
Toen na interne veten de Abbasieden de macht overnamen van de Ommajaden trokken de kaliefen Turkse lijfwachten aan, die stilaan meer controle over Mesopotamia wisten te verwerven.
Althans tot de Mongolen binnenvielen in 1258.
Van de 16de tot de 18de eeuw bevochten Ottomanen en Perzen elkaar voor de controle over het territorium.

De soldaten van de halve maan wonnen de strijd tot ze na bijzonder zware gevechten, tijdens Wereldoorlog I het Tweestromenland moesten afstaan aan de Britten.
Irak , zo besloten de VN nadien, viel onder Britse controle en Syrië onder Franse. Irak werd onafhankelijk in 1932 en Syrië in 1945.