1e helft 20e eeuw

kunst van het moderne

 

Beeldende kunst

powerpoints met afbeeldingen bij 'Dat kan mijn kleine zusje ook' van Will Gompertz.

preview 1-10 html
powerpoint Hoofdstuk 1-5 
powerpoint Hoofdstuk 6-10 
  • Expressionisme geeft uitdrukking aan gevoelens, ‘kunstregels’ zijn daaraan ondergeschikt
  • Kleur en vorm verzelfstandigen, loskoppeling van werkelijkheid (Matisse, Munch, Nolde, Kandinsky, Kirchner)
  • Niet-westerse kunst als nieuwe inspiratiebron: maskers, beeldjes…
  • Half-abstracte en abstracte kunst ontstaat, als uitdrukking van de niet-materiële, geestelijke wereld (Malevich, Mondriaan) (Brancusi, Arp)
  • Kubisme als nieuwe vorm-taal, half abstract. (Picasso, Braque, Leger)
  • Freud en de psychoanalyse leiden tot surrealisme: het schilderen van ‘droombeelden’ (Ernst, Klee, Miro, Dali, Magritte, Klimt, Chagall)
  • Dada negeert expres alle kunstregels en verheft alledaagse voorwepen tot kunst: readymade (Man Ray, Duchamp, Kurt Schwitters)
  • Futurisme verheerlijkt de machine en de beweging, optimisme over de mogelijkheden (Delaunay, Balla, Severini, Leger)
  • Constructivisme legt accent op materiaalaonderzoek en constructie, heel ruimtelijk.

 

Architectuur en Design

  • functionalisme i.p.v. decoratie
  • open ruimtelijke indeling tussen vertrekken en tussen interieur-exterieur
  • industrialisering van de bouw door: systeembouw, toepassing van staal, glas en beton
  • licht en ruimte als basis voor huizen en kantoren
  • namen:
  • Bauhaus: toonaangevende kunstopleiding in Duitsland - functionalisme
  • Wright: Amerikaans architect ook door Japan geïnspireerd
  • Corbusier: architect, stedebouwkundige
  • CIAM: samenwerkingsverband tussen vooruitstrevende architecten

 

Dans

Ook hier expressionisme i.p.v. het ‘mooie plaatje’ van het romantische ballet.

  • Beeldende kunstenaars, componisten, choreografen en kostuumontwerpers werken samen
  • Vooral door Dighilews ‘Ballets Russes’
  • Ritme, hoekigheid en zwaartekracht worden volop ingezet i.p.v. vloeiendheid, en lichtvoetigheid
  • Martha Graham formuleert uiteindelijk nieuwe regels voor deze moderne dans.

 

Muziek

  • Atonale muziek van Schönberg breekt met de klassieke harmonieën: expressionisme is het uitgangspunt. Hij ontwikkeld het ‘twaalftoons systeem’
  • Strawinsky en Bartok geven het ritme een veel belangrijker plaats dan voorheen.
  • Volksmuziek inspireerd met name Bartok. Strawinsky componeerde balletmuziek voor Diaghilew.
  • Jazz ontstaat uit blues, gospel, ragtime en parade’s (optocht met blaasinstrumenten) en beïnvloed veel componisten.
  • Ook buitenmuzikale geluiden worden soms gebruikt. Bijvoorbeeld door Satie die radicaal tegen elke zwaarwichtige regel in de kunst is. Hij schrijft ook muziek om niet naar te luisteren, achtergrondmuziek.

 

Film

  • Ontstaat rond 1900 als registratie van toneel, maar zonder geluid. Daarom grote gebaren in het acteren.
  • Eisenstein ontwikkeld nieuwe filmtaal door montage. Realisme is minder belangrijk dan het idee dat achter de film steekt.
  • Als de geluidfilm komt wordt film enorm populair, montage wordt door tekst iets minder belangrijk.
  • Film verdringt massavermaak als music-hall, danspaleis en rolschaatsbaan.

 

Theater

  • Naturalisme: rollen worden steeds meer gespeeld met sterke inleving in het personage, zoals later in de Hollywoodfilm.
  • Anti-naturalistisch, ideologisch: constructivistische (Meyerhold) of epische theater (Brecht) doorbreekt de identificatie met de speler door vervreemdingseffecten, zang en morele commentaarteksten. Brecht werd geïnspireerd door het Japanse Kabuki-theater.

 

Verzamelen

  • Individuen leggen verzamelingen aan van moderne kunst, zoals Kröller-Müller, (de staat verzamelt oude kunst).
  • Volkenkundige collectie’s ontstaan en inspireren veel kunstenaars.
  • Bartok legt een Hongaars volksmuziek-archief aan.

 

Denkbeelden

  • Breuk met het verleden, utopiën over een nieuwe betere, socialere tijd. Internationalisme i.p.v. nationalisme. Kunst moet hierbij baanbrekend werken.
  • Kunst ‘wetenschappelijk’ aanpakken: onderzoek op het gebnied van kleur, vorm en materiaal als losse componenten. (Bauhaus)
  • Anti-burgerlijk, anti-romantisch, anti-naturalistisch.
  • Ontdekking van waarde van ‘primitieve’ kunst
  • Erkenning van geestelijke en universele waarde van kunst voral door abstractie.
  • Individuele gevoelsexpresie is belangrijker dan behagen door een mooi plaatje /  mooie muziek.
  • ‘De stijl’is tijdschrift en theoretische onderbouwing
  • Bauhaus is leerschool en onderzoeksplaats voor vele kunstenaars.