Muziek in de middeleeuwen

  • In de kerk: dorpskerk, stadskerk, kathedraal, kloosterkerk
    • gregoriaans
    • Vroege meerstemmigheid, soms begeleid met gestemde bellen, eenvoudig orgel
  • Aan het hof, in kasteel en paleis:
    • troubadour voor verhalende luistermuziek met luit of harp
    • speelmannen voor feesten: fluiten vedels, slagwerk
  • Op het dorpsplein, bij de jaarmarkt:
    • speelmannen: dansmuziek met fluit, vedel, trom, schalmei
  • Leger
    • Op het slagveld of bij oefeningen: trompetten, trommen en schalmeien

Gregoriaans: 1 stemmig kerkgezang op latijnse tekst, genoteerd in 'gregoriaans notenschrift' met vier lijnen en neumen ipv moderne noten.

Deze gezangen onstonden uit de joodse synegogale eredienst,er werden steeds nieuwe bijgemaakt totdat paus Gregorius een flink aantal bundelde in een 'officieel boek' het Graduale Romanum, en de rest terzijde schoof. De meeste gezangen worden ingezet door de vorzanger en daarna met het hele koor gezongen. (responsoriaal gezang) Soms zijn er twee helkften van het koor die afwisselend zingen. (antifonaal gezang)

Het volgende stukje komt uit de vaste misdelen die genoemd worden naar de begin woorden: kyrie-gloria-sanctus-agnus dei. In dit geval in versie XIV op bladzijde 759 van dit boek. Het is een gezang met vrijwel een noot per lettergreep, dat heet syllabisch. Gezangen waar je hele slierten noten op een lettergreep hebt heten melismatisch. Die worden vooral gebruikt bij emotionelere liederen zoals een lofzang (bijvoorbeeld een alleluia)

Het sleuteltje staat voor de do (zeg maar de C). Het stuk staat in de kerktoonsoort: G A B C D E F G die G-mixolydisch heet.

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

Periode van de notre dame: het organum = meerstemmig gezang met als onderstem een gregoriaans gezang in zeer lange notenwaarden, daarboven een vrije versierende stem. De lange tonen (cantus firmus) worden soms ondersteund door gestemde bellen (een tikje als er een nieuwe toon inzet) of een klein orgeltje dat steeds meespeelt.De meerstemmige gedeeltes worden afgewisseld met eenstemmige voor het hele koor.

Leoninus, muziekmeester van de Notre Dame in Parijs: Gaude Maria Virgo (Vreugde voor de maagd Maria) 1160-1170

In de ars antiqua (13e eeuw) worden drie stemmige motetten gecomponeerd die vrije stemmen hebben naast een cantus firmus, dat is een stem die het originele gregoriaans zingt.

El mois de may, een wereldlijk motet, voorafgegaan door eenn instrumentaal stukje door blokfluit, vedel, luit en rebec.

In de ars nova (14e eeuw) wordt soms een vierde stem aan het motet toegevoegd en de imtaties en tekstbehandeling worden steeds ingewikkelder, het wordt echt muziek voor de kenners en kunstliefhebbers.

Guillaume de Machaut - Christe qui lux hier uitgevoerd met twee zangers , trombone en altschalmei.

Alle muziek die tegelijkertijd verschillende melodien laat horen noemen we polyfonie. Later (na 1600) ontwikkeld zich homofonie waar de begeleidende stemmen voortkomen uit de akkoorden.