Bouwstijlen in Nederland

tekstbron: alles wat je altijd wilde weten over monumenten en bouwstijlen; M.Stokroos en J.Derwig uitg. THOTH Bussum
f
otobron: internet

 

 

950 - 1250 Romaans


Sint Servaas Maastricht

 

 


kerk van Oudega

  • zwaar, massief, kleine deuren en vensters onder ronde bogen
  • dikke zuilen, houten of zware stenen tongewelven
  • weinig uitbundig versierd

 

1230 - 1560 Gotiek


Sint Jan in Den Bosch

Voorbeelden: Sint Jan in Den Bosch, Sint Michaelskerk in Zwolle, Dom van Utrecht
stadhuizen: Gouda, Middelburg

  • hoog, skelet van kolommen (zuilen), luchtbogen en steunberen
  • veel licht en gebrandschilderd glas
  • spitsbogen boven ramen en deuren
  • traceringen in de vensters (geometrische figuren)
  • veel decoratie (beelden en torentjes)

 

 

 


Stadhuis van Middelburg

 

 


Stadhuis van Gouda

 

 

1525 - 1630 Renaissance


Stadhuis in Leiden

 




Arnhems 'duivelshuis'

 

 

1630 - 1700 Hollands classicisme

Mauritshuis in Den Haag

 


Keizersgracht 319 in Amsterdam

 

 

1700 - 1810 Lodewijkstijlen


Huis Schuylenburg in Den Haag

 

1800 - 1880 Neoclassicisme


Station van Zwolle

 


Winkel van Sinkel in Utrecht met gietijzeren Kariatiden

 

1830 -1910 Neogotiek


Bonifatiuskerk in Leeuwarden

 


Cruquius gemaal in Haarlemmermeer

 

1850 - 1900 Eclectisisme


Kurhaus in Scheveningen 1885

 


Diamantslijperij Boas in Amsterdam 1878

 


Victoriahotel in Amsterdam 1890

 


De 'zeven landen' in Amsterdam; Russiche, Nederlandse, Italiaanse, Spaanse, Franse, Engelse en Duitse stijl 1894

 


Cuypers: een soort halve Sint Pieter in Oudenbosch 1865-1880

 

1875 - 1915 Neorenaissance


Kasteel oud-wassenaar 1879

 

1895 - 1915 Jugendstil

 

 

1900 - 1920 Rationalisme


Beurs van Berlage in Amsterdam 1903

 


Nederlandse Handelsmaatschappij in Amsterdam

 


Sint Hubertus slot in Hoebderloo voor de familie Kröller-Müller

 

1910 - 1930 Amsterdamse school


woonhuizen in Amsterdam

 


Scheepvaarthuis in Amsterdam

 


'Het schip' in Amsterdam

 


Therese Schwartzplein in Amsterdam

 

 

1915 - 1960 Het nieuwe bouwen (modernisme, functionalisme)


Openluchtschool in Amsterdam 1930

 


Van Nelle fabriek in Rotterdam

 


Nirwana in Den Haag 1930 vroege betonbouw

 


Bergpolderflat in Rotterdam 1934 hoogste galerijflat voor arbeidergezinnen

 

1925 - 1960 Traditionalisme


Stadhuis van Waalwijk

 

Alle stromingen vanaf 1920 tot nu:

bron:http://www.architectuur.org/stromingen.php

Rationalisme (1900-1920)

Het rationalisme is een reactie op de neo-stijlen van eind 19e eeuw. Basis voor deze stroming zijn de denkbeelden van Semper en E.E. Viollet-le-Duc. Uitgangspunt voor de ontwerpen zijn de vanuit functionele invalshoek ontworpen plattegronden.

Het materiaalgebruik bestaat uit metselwerk, aangevuld met natuursteen, ijzeren constructie-elementen en betonnen balken. De constructie is zichtbaar. Het dragend karakter van bijvoorbeeld muren en bogen wordt benadrukt. Regelmaat en eenheid worden belangrijk gevonden.

Architecten: Hendrik Petrus Berlage en K.P.C. de Bazel (1869-1923).

Terug

De Amsterdamse School (1910-1940)

Expressionistische stroming die een reactie is op het sobere Rationalisme. Het plastische gevelbeeld bepaalt het ontwerp. Traditionele materialen als baksteen, dakpannen, riet, en hout worden toegepast. Er wordt voor de constructie al wel gebruik gemaakt van staal en gewapend beton, maar deze materialen zijn niet zichtbaar. Door deze nieuwe constructie mogelijkheden worden brede horizontale ramen mogelijk. De horizontale lijn is dan ook een van de belangrijkste kenmerken. De ramen hebben een kleine negge of liggen in het vlak van de gevel. Ook komt de paraboolvorm regelmatig voor. In de projecten worden vaak beeldhouwwerken van onder andere Hildo L. Krop opgenomen.

Hoogtepunten van de stroming zijn de woongebouwen "Het Schip" en de "De Dageraad" in Amsterdam voor woningbouwverenigingen. De jaren er na werden vele duizenden woningen gerealiseerd voor particuliere opdrachtgevers in Plan West (omgeving Mercatorplein) en Oud Zuid. Hier ontwierpen de architecten alleen de gevels. Behalve in Amsterdam zijn er ondermeer in Bergen (NH) en Groningen gebouwen in deze stijl verrezen.

Wijdeveld besteedde veel aandacht aan de Amsterdamse School in het blad Wendingen, Maandblad voor Bouwen en Sieren, waarvan hij in de periode 1918-1925 hoofdredacteur was. Het grootste gedeelte van de Amsterdamse School architecten startte hun loopbaan bij het bureau van Eduard Cuypers (1859 - 1927).

De architecten van de Amsterdamse School ontwierpen naast gebouwen echter ook meubels, interieurs en grafische werk, maar schreven niet veel. Mede hierdoor werden ze ook wel als indivudualistische kunstenaars gezien.

Architecten: Michel de Klerk, Pieter Lodewijk Kramer, Johan Melchior van der Mey, Cornelis Jonke Blaauw, Hendricus Theodorus Wijdeveld, Cornelis Kruyswijk en Bernd Tobia Boeyinga.

Entree portiek woongebouw II Spaarndammerplatsoen
Terug

De Stijl (1917-1931)

Kunst en architectuur stroming met een abstracte en geometrische vormgeving. De ontwerpen bestaan uit een orthogonale ruimtelijke compositie van vlakken en balken. Dit wordt ook wel neoplasticisme genoemd. De structuur van de materialen moest niet herkenbaar zijn (dematerialisering). Het kleurgebruik bestaat uit de primaire kleuren rood, blauw en geel en zwart, wit en grijs. Doelmatigheid stond centraal, monumentaliteit was niet van belang. Er werden kubistische gebouwen met platte daken gerealiseerd. De Stijl werd in 1917 opgericht door V. Húsàr, A. Kok en Theo van Doesburg. De groep architecten en kunstenaars brachtten tot en met 1928 het tijdschrift De Stijl uit.

Architecten: Gerrit Thomas Rietveld, Jan Wils, Jacobus Johannes Pieter Oud, Robert van 't Hoff, Cornelis van Eesteren en Theo van Doesburg.

Terug

Functionalisme (1920-1970)

Een zakelijke vormgeving die de functionele elementen van gebouwen benadrukt staat centraal. Er wordt gebruik gemaakt van nieuwe materialen als gewapend beton en staal. Ook worden nieuwe bouwmethoden als montagebouw en standaardisatie toegepast. Het gebruik van overstekken en hoogbouw zijn kenmerkend voor deze stroming.

De architecten van deze stromingen organiseerden zich in het Congrès Internationaux d´Architecture Moderne (CIAM). In Nederland waren de architecten georganiseerd in De 8, Opbouw en Groep 32. Andere namen voor deze stroming zijn de International Style en Het Nieuwe Bouwen.

Het dorp Nagele en de wijken Pendrecht en Omoord in Rotterdam en de Bijlmermeer bij Amsterdam zijn volgens de stedenbouwkundige ideeën van de CIAM gerealiseerd.

De Franse architect Le Corbusier formuleerde 5 punten voor moderne gebouwen: 1. Het gebouw op kolommen, 2. Daktuin, 3. Vrije indeelbare plattegrond door een dragend skelet, 4. Lange, horizontale ramen en 5. Vrije indeelbare gevels. Hierbij moet worden opgemerkt dat in Nederland punt 1. vrijwel nooit werd gerealiseerd, de ruimte op de begane grond werd vaak benut voor bergingen.

Internationaal zijn Le Corbusier, Mies van der Rohe, Skidmore Owings & Merrill voorbeelden van functionele en moderne architecten.

Architecten: Gerrit Thomas Rietveld, Jacobus Johannes Pieter Oud, Johannes Duiker, Cornelis van Eesteren, Brinkman en Van der Vlugt, W. van Tijen, J.B. van Loghem, P. Zanstra, Van den Broek en Hugh Aart Maaskant.

Terug

Traditionalisme (1930-1955)

Ook wel Delftse School genoemd. Stroming die de traditionele plattelandsarchitectuur wil behouden. Belangrijke kenmerken zijn dan ook het gebruik van baksteen en hellende daken. Vooral door de invloed van Grandpré Molière, die hoogleraar aan de Hogeschool in Delft was, werd dit een belangrijke stroming. De traditionele architectuur in Scandinavië van R. Östberg en Asplund gold voor enkele architecten als voorbeeld. Er zijn vooral woningbouw en kerkgebouwen in deze stijl gerealiseerd. Diverse tuindorpen en bijvoorbeeld plaatsen in de nieuwe Noordoostpolder zijn volgens de ideeën van het traditionalisme gebouwd.

Architecten: A.J. Kropholler, Grandpré Molière, P. Verhagen, A.J.Th. Kok, Gijsbert Friedhoff, A. van der Steur J.F. Berghoef en J.J.M. Vegter.

Detail stadhuis Enschede
Terug

De Bossche School (1945 - 1970)

Stroming die ontstaat uit de Delftse School. Centraal figuur in deze stroming is priester en architect Dom van der Laan (1904-1991), die het Plastisch getal introduceerde. Deze verhoudingsleer ontwikkelde hij door verheffing van de wiskundige formule van de Gulden Snede tot de derde macht. De wiskundige formule hiervoor is: Breedte/Lengte = Lengte/Hoogte = Hoogte/(Lengte+Breedte). Dit leidt tot de reeks verhoudingen 1:1, 3:4, 4:7, 3:7, 1:3 en 1:4. De wanddikte is de kleinste eenheid in deze reeks. Hans van der Laan ontwikkelde een "abacus" en "morphotheek", waarin deze verhoudingen tot uitdrukking komen. De "abacus" bestaat uit een reeks van 38 staafjes. De "morphotheek" bestaat uit blokken, staven, platen en blanke vormen.

Morphotheek - 1960

Belangrijk voor de Bossche School was de 3-jarige Cursus Kerkelijke Architectuur in Den Bosch in de periode 1946 tot en met 1973. De opleiding is opgericht om architecten te begeleiden bij de kerkelijke wederopbouw. Nico van der Laan, C. Pouderoyen en Dom Hans van der Laan waren docenten.

Een belangrijk kenmerk is dat de gebouwen sober zijn vormgegeven, waarbij vooral gebruik wordt gemaakt van beton, baksteen en hout. De architecten maken gebruik van dikke wanden en een grote negge. Een reeks kerken, kloosters, woningen en stadhuizen uit de tweede helft van de vorige eeuw in Zuid Nederland zijn volgens deze stijl gebouwd. Een aantal van de religieuze gebouwen wordt bedreigt met sloop door teruglopend kerkbezoek.

Architecten: Dom Hans van der Laan, Nico van der Laan, Jan de Jong, Evers en Sarlemijn, Gerard Wijnen, Ruys en Bolder, A.J.C. van Beurden en C. Pouderoyen.

Willibrordkerk te Almelo
Terug

Structuralisme (1959-1990)

De groep architecten van deze stroming wordt ook wel de Forum-groep genoemd naar het gelijknamige tijdschrift. Zij verzetten zich tegen de ideeën van het Nieuwe Bouwen, die volgens hen resulteren in te eenvormige en te grootschalige, anonieme gebouwen. Ze hebben meer aandacht voor de maatschappelijke effecten van het ontwerp.

Kenmerken van het structuralisme zijn dat de gebouwen zijn opgebouwd uit een aantal, veelal dezelfde, kleinere eenheden. De kleinste eenheden zijn terug te voeren op de menselijke maat. De gebouwen hebben vaak een opbouw die doet denken aan een soort dorp of kleine stad. De projecten hebben meestal een decentrale opbouw, collectieve ruimtes en meerdere ingangen. De projecten zijn vaak voorbereid op toekomstige uitbreidingen, dit kan door nog meer dezelfde elementen aan het gebouw te koppelen. De kubusvorm wordt veel gebruikt in het structuralisme. De architecten laten zich inspireren door primitieve culturen.

Door de steeds strengere isolatie-eisen in Nederland werd het steeds lastiger gebouwen volgens de principes van het structuralisme te realiseren. Bovendien vroegen eisen van beveiliging en overzichtelijkheid om een meer centrale opbouw van gebouwen.

Architect Hertzberger omschrijft het Structuralisme ruimer: "Structuralisme gaat over het onderscheid tussen een kader of structuur met een lange levenscyclus en een invulling met een minder lange cyclus".

Een van de weinig buitenlandse voorbeelden van deze stroming is het "Habitat"-project in Montreal dat door Moshe Safdie is ontworpen. De stroming heeft overeenkomsten met de ideeën van de Amerikaanse architect Louis I. Kahn, die ook ruimtestructurerende constructies toepast.

Architecten: Piet Blom, Aldo van Eyck, Herman Hertzberger, Joop van Stigt, Jan Verhoeven, Wim Davidse en Leo Heijdenrijk.

Terug

Organisch bouwen (1925-heden)

Expressionistische stroming die zich net als het Structuralisme afkeert van het Functionalisme. Basis van deze stroming is de Jugendstil en de architectuur van de antroposofische beweging. Deze beweging bouwde onder leiding van Rudolf Steiner in het Zwitserse Dornach het Goetheanum (1923-1928) en bijgebouwen. Eigenschappen van deze stroming zijn een plastische vormgeving, het gebruik van natuurlijke materialen, zoals baksteen en hout, aan de natuur ontleende vormen, milieubewust bouwen en integratie met de omgeving. Er wordt onder meer gebruik gemaakt van de Gulden Snede (formule: Breedte/Lengte=Lengte/(Breedte+Lengte)). De vijfhoek is een veel gebruikte vorm. In de projecten worden de reeks regenboogkleuren, dus geen zwart, grijs en wit, toegepast. In het ontwerpproces boetseren sommige architecten, soms met de opdrachtgevers, maquettes van klei. Hoewel in Nederland vanaf 1925 enkele kleine projecten als woonhuizen zijn gerealiseerd, is de antroposofische stroming pas goed doorgebroken met een aantal spraakmakende projecten van Alberts en Van Huut.

Gasunie

Een ruimere, niet alleen tot de antroposofische beweging beperkte definitie van de stroming, is een architectuur die zich laat inspireren door de mens en de levende natuur. Hierbij worden de ontwerpen van Antoni Gaudi, Imre Makovecz, Gregory Burgess en Bart Prince tot het organisch bouwen gerekend. Dit geldt ook voor enkele werken van de Modernisten als Le Corbusier, Alvar Aalto, Frank Lloyd Wright en Hans Scharoun.

Architecten: Alberts en Van Huut, Frits Gerretsen, Chr. Wegerif, Henk Hupkes, Atelier Orta en Rau & Partners.

Terug

High Tech (1970-1990)

Het idee van High Tech is dat de onderdelen van de gebouwen zoveel mogelijk in de fabriek worden geprefabriceerd. De installaties en constructie van de gebouwen worden als een soort ornament of sculptuur aan de buitenzijde geplaatst. Hierdoor krijgen de gebouwen het uiterlijk van een machine. Het argument is dat er binnen een grote flexibele lege ruimte overblijft. De gebruikte materialen zijn vooral staal, aluminium en glas. In de projecten worden regelmatig in felle kleuren geschilderde tui-constructies, vakwerkliggers, ruimtevakwerken en raatliggers toegepast.

Afvalverwerking Binckhorst

Het Centre Pompidou in Parijs is een belangrijk gebouw dat gerealiseerd is in deze stijl. De stroming is van oorsprong vooral Brits met architecten als Nicholas Grimshaw, Norman Foster, Richard Rogers en Michael Hopkins. Er worden vooral high-tech kantoorgebouwen en industriegebouwen gebouwd.

In Nederland zijn er vooral high-tech stations en industriehallen gerealiseerd. Verder zijn er nauwelijks zuivere voorbeelden van deze stroming. Zo zijn in de ontwerpen van OD 205, cepezed en Benthem Crouwel de installaties geÏntegreerd in het bouwvolume. Nadeel is ook de onderhoudsgevoeligheid van de gebouwen door de uitwendige constructie en installatie-onderdelen. Bovendien werd door de steeds strengere isolatie-eisen in Nederland het steeds lastiger gebouwen volgens de pure principes van high-tech te realiseren.

Architecten: Benthem en Crouwel, Cepezed, Zwarts en Jansma, Jan Brouwer, Hans van Heeswijk, OD 205, H.C.H Reijnders en P.A.M. Kilsdonk.

Terug

Neorationalisme (1975-1990)

Geometrische vormen spelen een hoofdrol in deze stroming. Architecten streven net als bij het rationalisme uit het begin van de 20e eeuw naar een logische en objectieve benadering van het programma van eisen. De stroming zet zich af tegen de kleinschaligheid van het structuralisme en het organisch bouwen. Door Carel Weeber werd dit "nieuwe truttigheid" genoemd. Grootschalige gesloten bouwblokken zijn kenmerkend voor de rationele stedenbouwkundige plannen. Deze worden geplaatst op geometrische patronen als grids.

Er wordt in de gebouwen veel gebruik gemaakt van prefab gevelpanelen met een bekleding met tegels. Deze zijn vooral door Weeber veelvuldig toegepast. Deze panelen werden door de Franse architect Emile Aillaud ontwikkeld voor sociale woningbouw in de voorsteden van Parijs.

Prefab paneel

De stroming is gebaseerd op het 19e eeuwse rationalisme van J.N.L. Durand (1760-1834), waarin de plattegrond de basis is voor architectuur en stedenbouw.

In Italië is deze stroming bekend onder de term Tendenza met de bekende architecten Aldo Rossi, Vittorio Gregotti en Giorgio Grassi.

Architecten: Carel Weeber, Cees Dam, Abe Bonnema, Jan Hoogstad en Wim G. Quist.

Seinpost te Scheveningen
Terug

Postmodernisme (1980-heden)

Een reactie op het modernisme, waarbij de nadruk ligt op de verschijningsvorm. De (klassieke) geschiedenis wordt herontdekt als inspiratiebron voor de architectuur. Een kenmerk is dan ook het gebruik van klassieke elementen, vaak in combinatie met moderne elementen als vliesgevels. De klassieke elementen als gevellijsten, kapitelen en zuilen worden vaak gerealiseerd in prefab beton. Het museumgebouw speelt een grote rol in deze stroming. De term postmodernisme is afkomstig van de Franse filosoof Jacques Derrida (1930-2004).

Belangrijke buitenlandse architecten zijn Robert Venturi, Charles Moore, Robert Stern, James Stirling, Ricardo Bofill, Adolfo Natalini, Aldo Rossi, Robert Krier, Michael Graves en Charles Vandenhove. Door de VINEX-wijken Brandevoort bij Helmond en de Haverleij bij Den Bosch is deze stroming in Nederland nog steeds actueel. Deze recente projecten worden door sommigen bij een nieuwe stroming ondergebracht: "Nieuw Traditionalisme".

Architecten: Soeters van Eldonk Ponec en Molenaar van Winden.

Helicon in The Hague
Terug

Deconstructivisme (1988-2000)

Kenmerken van deze stroming zijn chaotische en gefragmenteerde gebouwen die schots en scheef staan. De ruimtelijk complexe ontwerpen hebben een divers materiaal en kleurgebruik. In het buitenland zijn de belangrijkste architecten Peter Eisenman, Frank Owen Gehry, Coop Himmelb(l)au, Morphosis, Daniel Libeskind, Bernard Tschumi en Zaha Hadid. Enkele architecten laten zich inspireren door het Russische Constructivisme (Leonidov, Melnikov) uit het begin van de twintigste eeuw. De term deconstructivisme is afkomstig van de Franse filosoof Jacques Derrida (1930-2004). Deze stroming is in Nederland nauwelijks vertegenwoordigd.

Architecten: UN Studio, Office for Metropolitan Architecture en Koen van Velsen.

Bedrijfsgebouw Karbouw en Schipper Bosch
Terug

Neomodernisme (1994-heden)

Stroming die gebruik maakt van dezelfde vormtaal als de moderne stromingen van het begin van de twintigste eeuw: De Stijl en het Functionalisme. De vorm van het gebouw is belangrijk in deze stroming. Het materiaal- en kleurgebruik is veelzijdig. De structuur van materialen mag weer zichtbaar zijn. In tegenstelling tot het modernisme wordt er wel regelmatig gebruik gemaakt van baksteen. Maar ook typische materialen van de moderne beweging als glazen bouwstenen en stucwerk worden weer toegepast. In Nederland is deze stroming goed vertegenwoordigd.

Architecten: Jo Coenen, Mecanoo, Claus en Kaan, Duinker Van der Torre en DKV.

openbare bibliotheek in Almelo door Mecanoo
Terug

Supermodernisme (1995-heden)

Vervolg van modernistische stromingen als het functionalisme. De neutrale gebouwen die behoren tot deze stroming hebben vaak minimalistische rechthoekige vormen. De gebouwen hebben een gladde huid met een transparante (klimaat)gevel of een semi-transparante doorschijnende gevel. In deze stroming speelt de 24-uurs economie en globalisering een grote rol. De nadruk ligt dan ook op "niet-plaatsen" als luchthavens, hotels en winkelcentra en is minder gericht op woningbouw. Supermodernisme is in feite een soort perfectionering van het modernisme. De naam van deze stroming is geïntroduceerd door architectuurpublicist Hans Ibelings, die de term overnam van antropoloog Marc Augé. Belangrijke internationale architecten zijn Dominique Perrault, Massimiliano Fuksas, Herzog & de Meuron en Jean Nouvel.

Architecten: Office for Metropolitan Architecture, Benthem Crouwel, Meyer en Van Schooten, MVRDV, UN Studio en Claus en Kaan.

ING House
Terug


© ir. B. van Hoek -