Technische ontwikkeling

zos¯troop 

 

Film - verdiepingsstof

de regisseur op de set

 

wat is film

Opdracht 1:

bekijk bovenstaande film en maak relevante aantekeningen aan de hand van de tekst.

voorbereiding

plot en scenario oefening

Het weer is .... Je hoort .... geluiden. Anne (jongen of meisje) loopt over het trottoir, diep in gedachten, stopt en steekt zonder rond te kijken over. Een auto komt met piepende banden tot stilstand. Net op tijd. Anne schrikt, kijkt op en ziet de bestuurster(-der) Een schok van herkenning. Meteen daarop ......

Maak van de fabel (het verhaal) hierboven een kort verhaal door keuzes te maken over plaats en personages en over wat er precies gebeurt. Schrijf daarna jouw plot door te kiezen uit deze mogelijkheden:

  1. vertel dit verhaal achterstevoren
  2. vertel dit verhaal met rijke details
  3. vertel dit verhaal door de ogen van een derde persoon
  4. vertel dit verhaal vanuit het meisje of vanuit de jongen
  5. vertel het verhaal in een andere tijd
  6. vertel het verhaal als metafoor voor iets anders
  7. vertel het verhaal als droom
  8. vertel het verhaal als waargebeurd

Scrapbook, storyboard

Opdracht 3

  1. Teken naar aanleiding van jouw plot 9 plaatjes op een blad het (scrapbook) waarin je ziet hoe jouw cameraman moet filmen. Elk plaatje hoort bij een nieuw shot. Kijk hier voor een scrapbook
  2. Bekijk deze video over het maken van een storyboard. (youtube)

Montage (edit)

Opdracht 4

Bedenk meer edit technieken dan je ziet in dit filmpje

Slumdog Millionaire - fragment 'the boys on a train'

Opdracht 5

Bekijk dit fragment meerdere keren en maak de vragen hieronder.

 

  1. Hier wordt een visueel verhaal verteld. Wat is de plot van deze sc?ne?
  2. Welke lagen heeft de soundtrack? Kies uit: dialogen, de achtergrondgeluiden, de geluidseffecten en de filmmuziek.
  3. Maak een shot overzicht met de lengte, het onderwerp, het camerstandpunt en de kadrering (zoom).
  4. Welke camera standpunten zijn ongebruikelijk en wat is hun effect?
  5. Wat is de reden vooor de long shots met de trein.
  6. Kan de cameraman/vrouw alles uit de hand filmen, of met steadycam of gebruikt hij/zij andere hulpmiddelen? (rails, auto enz)
  7. Zijn er special effects?
  8. Is er belichting toegevoegd?
  9. Hoe is het geheel ge•dit oftewel: welk wisseltempo en welke shotkeuze is er gemaakt?
  10. Wat is door al deze technieken het over-all effect dat de regisseur wil bereiken?

Geluid

Een soundtrack is van enorm belang voor een film. Het bestaat vaak uit een mix van muziek, bij de set opgenomen geluid, toegevoegde omgevingsgeluiden, effecten enzovoort. Na de edit moet de soundtrack kloppend worden gemaakt. Bekijk dit filmpje waarin je hoort hoe verschillend geluid hetzelfde filmje beïnvloed.

Het filmpersonage hoort niet hetzelfde als de filmkijker. Niet de muziek en vaak ook een helboel andere gluiden niet, maar sommige geluiden moet hij.zij wel horen omdat de scene daarom vraagt. Bijvoorbeeld straatgeluid, of als hij bij een kerk staat klokgebeier. Dit heet diëgetisch of non-diëgetisch.

Opdracht 6

Beluister de soundtrack van dit filmpje en beschrijf het.

Opdracht 7

Maak een korte montage van 5 soundtracks uit 5 filmgenres .

Om genres te ontdekken, kijk hieronder.

 

Production design of art director

Elke set is bedacht, behalve in een documentaire. De product designer of art director zorgt voor de juiste set, de locatie, de props en spullen.

 

PP - over de set tijdens opnamen (nog niet openbaar)

Voor een overzicht van de filmploeg, gooegel op filmcrew.

 

Kleur

Special effects

Voorbeeld uit Jurassic Park

Motion capture en Green screen: gollem in Lord of the Rings

Cameraman/vrouw

 

Publiek

  1. Commercieel versus art-house:
    • blockbuster (kassucces), reclamefilm, videoclip.
    • Arthouse is een term die wordt gebruikt om de bioscopen aan te duiden die kleinere artistieke films draaien. Deze films worden ook wel aangeduid als arthouse-films. Vaak zijn ze met minder geld gemaakt en trekken doorgaans een minder groot publiek dan mainstream films
  2. Bioscoop en filmhuis versus thuis.
    • Filmhuizen draaien doorgaans films voor de cinefiele bezoeker. Dit zijn meestal films die niet interessant zijn voor grote commerci•le releases. Dat zijn niet alleen kleine artistieke films, maar ook bijvoorbeeld oudere cultfilms, filmklassiekers en films waarin geen Engels of Nederlands gesproken wordt. Ook al behoorden deze films vaak van origine wel tot de mainstream, zijn ze enkel interessant voor een kleine, ge«nteresseerde doelgroep
  3. Cult-, A en B films
    • A: meestal groots opgezette speelfilm waarvoor door de filmproductiemaatschappij een ruim budget is gereserveerd.
    • Een B-film is een film die wordt gemaakt met een relatief klein budget en ( doorgaans) nieuwe of onbekende acteurs, die is uitgebracht met weinig publiciteit.
    • Een cultfilm is een film die een kleine maar betrokken groep fans aantrekt of een film die vele jaren populair is gebleven door de toewijding van een kleine groep van volgelingen.

Opdracht 8*

Bekijk de hele film (twee uur) Slumdog Millionaire en schrijf een recensie waarin je je eigen emoties omzet in een positieve of negatieve waardering.
Verwerk aanvullende informatie over de film. Deze recensie kan mits goed onderbouwd een kunstbezoekaftekening zijn. je mag de recensietekst hier gebruiken ter inspiratie.

full movie Slumdog Millionaire

alternatief: Mulholland drive

Praktische opdracht - animatie - stop motion

eerste stopmotion van galopperend paard

 

Er zijn voor de smartphone veel gratis stop motion apps, mijn favoriet is stop motion studio

* full stop motion is het animeren door een serie foto's snel te vertonen.
Gebruik een statief en maak een serie foto'tjes van (gemakkelijkste methode) een tekening op een whiteboard
of iets op de grond dat je steeds iets verandert of verplaatst.

Het is leuk om er wat cameratechnieken in te stoppen. Bij goed gebruik enorm spanning verhogend: let op de kadrage en hoeveelheid zoom bijvoorbeeld.

 

Materiaalkeuze

  1. papier schaar kleur egale achtergrond
  2. whitebord en stiften
  3. lego of duplo
  4. animatie klei
  5. gebruiksvoorwerpen

voorbeelden:

 

Onderwerp suggesties:

1. De uitleg

Kies een interessant stukje leerstof, misschien iets wat je zelf ook niet gelijk doorhad. Maak een visueel aanterkkelijke of grappige film die een duidelijke uitleg geeft.

2. Spannend verhaal

1.      Beschouw de plot als een avontuur

De plot is niet simpelweg het verloop van een verhaal. Het is een avontuurlijk fragment uit het leven van het hoofdpersonage, een reis van A naar B waarin de persoon levensveranderende situaties doormaakt. De plot bestaat uit keuzes van fragmenten die de schrijver maakt om aan de lezer te tonen. In die zin moet elk fragment dus noodzakelijk zijn in het verhaal.

2.      De plot moet bij de hoofdpersonage passen

En vice versa. Je zet natuurlijk niet een enthousiaste en extraverte jongen in een droevig verhaal over de dood van een familielid, om maar een oppervlakkig voorbeeld te geven. Tenzij je weldegelijk een uitstekend plot hebt. Vorm het juiste personage bij de juiste plot. Forceer de twee niet om samen te werken, maar laat ze beide beïnvloed raken door elkaar.

3.      De plot bestaat uit een aaneenschakeling van conflicten

Het woord ‘conflict’ zal bij de meeste schrijvers in het geheugen gegrift staan. Mensen lezen om iets mee te maken, om spanning en sensatie, dus een scène zonder conflict is ronduit saai. Zorg er daarom voor dat elke scène een conflict bevat, hoe klein of groot dan ook, dat iets verandert voor één van de personages. Doet dat het niet, laat de scène dan weg. 

4.      De hoofdpersoon slaagt pas op het eind

Zoals hierboven genoemd leest iemand om spanning en conflict te ervaren. In de beste verhalen zal de hoofdpersoon dan ook niet slagen tijdens het avontuur, soms zelfs niet op het einde. Probeer de schijn van slagen te wekken bij de lezer, om die vervolgens teniet te doen door een onverwachte plottwist. Lezers zullen op het puntje van hun stoel zitten in afwachting van het echte moment van slagen.

5.      De antagonist is net zo belangrijk als de hoofdpersoon

Zonder een antagonist, iemand die de hoofdpersoon dwarsboomt in zijn doel, is een hoofdpersoon niks. De antagonist is de voornaamste bron van conflict in een verhaal, omdat hij ook een doel heeft. Hierdoor komen ze pal tegenover elkaar te staan. Dit komt het beste naar voren als de antagonist gelooft dat wat hij doet goed is.

6.      Lezers willen verrast worden

Naast het feit dat de lezer liever iets origineels leest, wil de lezer ook voor verrassingen komen te staan. Dit klinkt enigszins logisch, maar bedenk dat als lezers prettig verrast worden door je verhaal, ze het door zullen vertellen aan hun vrienden en kennissen. En niks is beter dan mond-tot-mondreclame.

7.      Laat niks aan toeval over

Het is een algemeen bekend iets dat lezers een hekel hebben aan toeval. Ook al lijkt het nog zo realistisch dat een persoon toevallig iets meemaakt, in een boek lijkt het een gemakkelijke oplossing voor de schrijver. De lezer ziet dit en zal erop afknappen.

8.      Hanteer meerdere soorten conflicten

Conflict kan zich in veel vormen uiten. Denk aan innerlijk, persoonlijk en extern conflict. Alles wat jouw personages doen heeft gevolgen die soms bijzondere situaties opleveren. Als je deze conflictvormen op een natuurlijke wijze weet te verweven in je verhaal, ben je al een heel eind op weg. 


 

glyphicons 88 log book

Praktische opdracht: maak een 'short'

 
in groepen van max 4 personen. Duur project: 3 a 4 lesweken. Lees onderstaande goed door.


A Voorbereiding

Eén groepslid wordt verantwoordelijk voor montage en techniek. Die moeten gelijk gaan uitzoeken hoe Windows moviemaker werkt of bij mac IMovie. Of een meer professioneel programma. (final cut pro, adobe premiere) Ook hoe je filmmateriaal importeert en bewerkt. Maak zonodig een testfilmpje. We nemen alles met eigen mobielen op. De anderen gaan aan de slag met A, B en C.

A. Bedenk een genre.

Elk genre heeft allerlei regels die de kijker verwacht. Horror, melodrama, romantische komedie, misdaadfim, jeugdfilm, enz.

B. Bedenk een plot.

  1. Begin met de antecedenten van een hoofdpersoon, wat is dat voor iemand, hoe oud, welke eigenaardigheden heeft die.
  2. Bedenk een gebeurtenis: dat kan een confrontatie met een ander zijn of met iets. Er ontstaat in ieder geval een probleem dat opgelost moet worden, of waar iets mee gebeurt anders is er geen ontwikkeling in de fiilm.
  3. Bedenk welke lokatie centraal staat en waar je die kan vinden en wat er nog moet worden aangevuld.
  4. Maak een storyboard waarin je laat zien hoe er opgenomen gaat worden. En misschien ook al montage idee•n: is er tijdscompressie, slow motion of een doorbreking van de chronologie?
  5. Haal alle spullen die je nodig hebt bij elkaar en zorg dat de lokaties en aankleding bekend zijn.

B. Opnames

Neem elke scene een keer of vijf op met verschillende camerastandpunten en afstanden. Film altijd in panorama-stand en niet rechtop.

Vergeet niet de mogelijkheid om over the shoulder te fimen. Bij een dialoog moet je dus wel twee keer opnemen omdat je anders de camera’s ziet. Hou steeds even een bordje in beeld met naam film, sc?nenummer en shotnummer. Er moet genoeg materiaal zijn om straks te kunnen monteren. Zorg dat als er gesproken wordt dit duidelijk te horen is. Bekijk3Ú4 de shots meteen om te zien of ze gelukt zijn. Neem zo mogelijk een laptop en aansluitsnoer mee om shots direct op de laptop te importeren.

C. Montage, geluid en afwerking

  1. Zet alle filmmateriaal (footage) op de computer. Bedenk wat je met de film wil vertellen en hoe je het boeiend kan maken. Stem daar je montage op af.
  2. Zet waar nodig muziek onder de film en maak een titel en aftiteling.

D. Delen

Zet je film op youtube met een ‘private link’ en mail die naar de docent

Veel plezier.

 

Filmbegrippen

Regie 

  • regisseur of director = degene die het idee van de film verwezenlijkt m.b.v. alle onderstaande functies.   
  • auteursfilm = film voor klein hoogopgeleid publiek  
  • publieksfilm / commerciële film = film voor de massa met meestal grote investering en vaak nog grotere opbrengsten
  • casting = keuze door regisseur en producent van de acteurs
  • personage = rol van iemand met eigen karakter, kleding, motoriek, gewoontes, relaties enz. 

Genre

  • fantasy
  • horror
  • science fiction
  • komedie
  • romantische film
  • thriller
  • psychologisch drama = film waarin personages wordt uitgediept
  • oorlogsfilm
  • klucht
  • historische film
  • pornografie
  • stomme film = is zonder geluid maar wel met life-muziek en effecten en tekstbordjes tussendoor

Scenario 

  • scenarist = degene die het verhaal schrijft 
  • plot = de verhaallijn 
  • aktes

Verteltechniek 

  • chronologie of juist niet 
  • flash-back = terug in de tijd
  • flash-forward = in de toekomst
  • parallel gemonteerde scenes
  • subjectieve shots
  • droomscène
  • structuur = opbouw van de film, kan dus anders zijn dan de plot, het verhaal zelf. 
  • kantelpunt  = waar het verhaal een dramatische wending neemt
  • handeling = wat er gebeurt op een bepaald moment  
  • dialoog = gespreksvorm tussen twee of meer mensen
  • voice-over = off-screen stem die commentaar of uitleg geeft

Producent

  • producer, coproducer
  • organisatie 
  • fondsen 
  • distributie 

Set

  • production designer
  • art director
  • decor 
  • locatiescout  
  • studio 
  • props – (properties) dingen die de personages moeten vasthouden en alle overige objecten 
  • kleurschema 
  • textuur = oppervlak van de materialen 
  • symboliek = bv een spiegel, een paar botten 
  • context aan de personages geven
  • worldbuilding – vooral bij sf en games met eigen regels van wat kan en wat niet
  • kostuums
  • silhouet 
  • kleur 
  • textuur 
  • scriptdagen = tijdsverloop in de film, hoe is de kleding in dat tijdsverloop veranderd

Camera

  • director of photography 
  • kadrage 
  • close-up
  • medium shot
  • wide shot
  • panoramashot
  • compositie
  • slow-motion
  • hi-speed
  • camerabeweging 
  • tilt = omhoog of omlaag draaien
  • pan = naar links of rechts draaien 
  • zoom = uitsnede van het beeld vergroten
  • rijdend shot = camera op rails die door gripper wordt bewogen 
  • dolly = camerawagen of statief met wielen
  • crane = vrij bewegende arm met camera in de lucht
  • lens = bepaald beeldwijdte
  • filter = kleuring van de opname of andere effecten
  • brandpunt = bepalend voor beelduitsnede, hoe groter brandpuntsafstand hoe meer telelens
  • scherptediepte =  in hoeverre de voorgrond of achtergrond scherp zijn
  • steadycam = camera met speciaal draagbaar statief voor rustig beeld
  • footage = filmmateriaal
  • take of filmshot = een fragment dat doorlopend gefilmd is

Licht 

  • Gaffer = hoofd licht, rang onder de cameraman  
  • keylight = belangrijkste lichtbron 
  • low key, high key = lage belichting, hoge belichting
  • daglicht
  • kunstlicht  
  • lichtbronnen 
  • gefocust
  • gespreid
  • contrast

Geluid 

  • sounddesigner
  • componist
  • diegetisch =  personage hoort het geluid van de kijker 
  • non-diegetisch 
  • onscreen geluid
  • offscreen geluid = voice over, stem van God etc
  • omgevingsgeluid
  • atmosfeer = geluiden die bij de locatie horen
  • mensgeluid = slikken, krassen, zuchten enz.

Mixage

  • mixer - zorgt ervoor dat alle geluidslagen het idee van de film en elke scene ondersteunen
  • panning - geluidsrichting en
  • level – volume

Special effects 

  • special make-up (ontploffingen, crashes, bloed, proteses)
  • visual effects 
  • compositing
  • keying = digitaal uitknippen van iemand of iets uit een opname
  • set extensions = goedkope oplossing om iets te vergroten met greenscreen, vaak veel lucht. veel in history films.
  • greenscreen = groene achtergrond om later digitaal beeld in te in te zetten

Montage 

  • editor 
  • cut of schnitt 
  • sequentie = afgebakende scene met meerdere shots
  • set-piece = belangrijke sequentie, bv helicopter-achtervolging tussen wolkenkrabbers
  • jump-cut = met verschillende camerastandpunten dezelfde gebeurtenis laten zien
  • cross-cutting = afwisselen van gebeurtenissen die tegelijkertijd plaatsvinden om de spanning te verhogen
  • split-screen
  • superpositie
  • fade in, fade out
  • iris-out

Nabewerking

  • grader = iemand die kleurcorrecties aanbrengt

 

 

 

Bottom Line: hoe kun je iedere discipline en techniek inzetten om zo effectief mogelijk een verhaal/boodschap te vertellen?