Toonsoorten

 

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

 

 

grondtoon

Als wij een melodie horen herkennen wij daarin een toonladder die een grondtoon heeft.
Dat is de toon waarvan we verwachten dat ie op een belangrijk moment klinkt.

Zo'n belangrijk moment is het einde van een melodie, maar ook vaak het begin of anders de eerste tel van een maat.

  • Hoe vaak komt de grondtoon hier voor en op welke momenten?
  • Dit stuk staat dus in C. Waarom is dit zo?

trappen

Hier zie je de toonladder van c majeur (c groot is hetezelfde) en de nummering van alle noten, ook wel trappen genoemd.

 

 
  • geef in gedachten alle noten van de melodie die helemaal bovenaan staat een nummer/trap.

majeur / mineur

De structuur van de ladder zegt iets over het soort toonladder: majeur, mineur, enz. want elke toonladder heeft een specifieke volgorde van grote en kleine secundes, c.q. hele en halve toonsafstanden.
De terts op de grondtoon (de derde trap) is hierbij heel belangrijk: zit er een grote terts in de ladder dan is het majeur, is het een kleine terts dan is het een mineur ladder. Maar er zijn meer soorten ladders, de intervalvolgorde van de gehele toonladder bepaald het soort ladder: maar omdat je meestal met majeur of mineur te doen hebt is de terts op de grondtoon een belangrijk houvast.

hoofdtoonsoort

Als een toonladder de hoofdtoonladder van het gehele stuk is dan noemen we dat de hoofdtoonsoort van het stuk. Vrijwel alle klassieke stukken eindigen op de grondtoon, òf in de melodie, òf hij zit ergens in het slotakkoord..

transponeren

Een majeurladder kan op elke toon beginnen, als de intervalvolgorde maar gelijk blijft. Begin je bijvoorbeeld op D dan moeten enkele noten een kruis krijgen om de goede intervalvolgorde te bewaren: D E F# G A B C# D

kwintencirkel

Dit transponeren heeft een zekere wetmatigheid: een kwint omhoog vanaf C is een kruis erbij, een kwint omlaag is een mol erbij. Dit zie je meestal in een zogenaamde kwintencirkel.

Ezelsbruggen:

  • Kwinten omhoog vanaf C - toonsoorten met kruizen

    Geef Die Aap Een Bord Vissies (Fis-Cis)
    of:
    Geef Die Aap Een BromFiets Cadeau

    Het kruis erbij is de toon direct onder de tonica: G krijgt Fis, D cis erbij, A gis erbij enz.

  • Kwinten omlaag vanaf C - mol toonsoorten

    Friese Boeren Eten Alle Dagen Groene Citroenen
    of:
    Finnen BESchouwen EStlanders Als DESkundige GESchiedschrijvers

    De mol erbij is die van de volgende toonsoort: F heeft Bes, Bes heeft Es erbij, Es heeft As erbij, enz.

    Eigenlijk is de kwintencirkel een spiraal:

Zelfde plaats van halve tonen, maar ergens anders beginnen...hier C-majeur naar G, dus 1 kruis: de F#

kerktoonsoorten

Een kerktoonsoort is een ladder waarbij de plaats van de hele en halve afstanden voor ons gevoel niet kloppen.
Dat komt omdat de grondtoon anders ligt dan waar we gewend zijn bij majeur en mineur. Speel maar eens ladders met alleen witte toetsen: ga je van c naar c dan klinkt er majeur. Ga je van D naar D dan klinkt er een mineurachtrige toonladder met een kleine terts, die heet dorisch. Ga je van E naar E dan hoor je een frygische ladder die vooral vreemd is doordat hij direct met een halve afstand begint. Een stamtoonladder met de F als grondtoon heet lydisch, met de G heet mixolydisch en die van A tot A is onze mineurladder in de natuurlijke variant zonder verhogingen. Tot slot is er nog de zelden gebruikte ladder van B naar B die Lokrisch heet. Al deze ladders werden in de middeleeuwen en renaissance gebruikt, maar vanaf de barok zijn alleen majeur en mineur overgebleven. Totdat ze in de twintigste eeuw weer herontdekt worden en weer gebruikt in klassieke muziek en de jazz.
alleen vwo-stof

moduleren

Dit is het veranderen van de ene naar een andere toonsoort. In klassieke muziek vooral naar verwante toonsoorten: niet meer dan twee voortekens verschil, en naar de parallelle toonsoort: majeur naar mineuroparallel of andersom. Dus de grondtoon ligt dan een kleine terts hoger of lager. Toonladders die een grote terts van elkaar verschillen noemen we tertsverwant.

transponeren

Transponeren doe je door de toonsoort te veranderen en alle toevallige voortekens aan te passen. Transponeren gebruik je vooral als je schrijft voor een transponerend instrument, d.w.z. een instrument dat een 'verkeerde' toonhoogte laat horen. Een Bb klarinet laat een Bb horen als er een C staat. Dat is een grote secunde te laag. Om een C te horen moet je dus een D schrijven. Het hele stuk moet dus voor de Bb klarinet in een toonsoort geschreven worden die een grote secunde hoger ligt dan het origineel. De meest gebruikte transponerende instrumenten zijn: Bb trompet, Bb en F hoorn, A-klarinet en Bb klarinet, alt- en baritonsaxofoon in Es, sopraan- en tenorsaxofoon in Bb, alt- en tenorblokfluit in F.

toonsoort

&

harmonie

Een toonsoort hoor je het beste als er akkoorden gebruikt worden waarbij je een grondtoongevoel krijgt. Meestal extra ondersteund door de melodie. De meest bekende akkoordverbinding is: vijfde trap gevolgd door eerste trap.

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen