Kerktoonsoorten

Hoe herken je een kerktoonsoort:

Als je de grondtoon weet van een stuk maar je ziet dat de voortekens niet kloppen bij zowel majeur of mineur, dan is de kans groot dat er een kerktoonsoort gebruikt is. Vergelijk de grondtoon met de majeur-grondtoon. Ligt hij een hele secunde te hoog dan is het dorisch. ligt hij een grote terts te hoog dan is het frygisch. enzovoort.

Voorbeeld:
je ziet of hoort een stuk met als grondtoon de E, maar er zijn twee kruizen. Je verwacht dan D majeur of B mineur, maar beide kunnen niet vanwege de verkeerde grondtoon. Vergelijk de echte grondtoon, E in dit geval, met de majeur ladder die volgens de voortekens geldt: D. De E ligt een grote secunde boven de majeur grondtoon D. Net zoals de stamtoonladder zonder voortekens op D een secunde boven die van C ligt, en dorisch heet, zo is deze E-ladder dus een dorische ladder omdat hij een secunde boven de majeurladder met dezelfde voortekens ligt. Het stukstaat dus in E dorisch.

 

Andersom: je wilt de voortekens weten van de toonladder van F frygisch. Frygisch ligt een grote terts boven de majeur ladder met dezelfde voortekens, daarom neem je de voortekens van de ladder die een grote terts onder F frygisch ligt: dat is Db met vijf mollen. F frygisch klinkt dus als F Gb Ab Bb C Db Eb F

 

Elke diatonische toonsoort (met 5 hele en 2 halve toonsafstanden) heeft zijn eigen kwintencirkel. Kijk maar in dit schema.

  mollen   kruizen
voortekens
7
6
5
4
3
2
1
0
1
2
3
4
5
6
7
kwintencirkel van B lokrisch
Bb
F
C
G
D
A
E
B
F#
C#
G#
D#
A#
E#
B#
kwintencirkel van A eolisch (mineur)
Ab
Eb
Bb
F
C
G
D
A
E
B
F#
C#
G#
D#
A#
kwintencirkel van G mixolydisch
Gb
Db
Ab
Eb
Bb
F
C
G
D
A
E
B
F#
C#
G#
kwintencirkel van F lydisch
Fb
Cb
Gb
Db
Ab
Eb
Bb
F
C
G
D
A
E
B
F#
kwintencirkel van E frygisch
Eb
Bb
F
C
G
D
A
E
B
F#
C#
G#
D#
A#
E#
kwintencirkel van D dorisch
Db
Ab
Eb
Bb
F
C
G
D
A
E
B
F#
C#
G#
D#
kwintencirkel van C ionisch (majeur)
Cb
Gb
Db
Ab
Eb
Bb
F
C
G
D
A
E
B
F#
C#