Intervallen

Intervallen zijn namen die het verschil in toonhoogte aangeven tussen twee noten, maar tegelijkertijd moet de naam kloppen met het aantal stamtonen. Dit komt omdat de stamtonen uit een bepaalde toonsoort komen, je mag dus niet zomaar Fis en Ges door elkaar gebruiken.

Berekening:

Doe of er geen kruizen en mollen bestaan en tel het aantal noten (dus kale letters a b c d e f g , de zgn. stamtonen) van de ene naar de andere noot, en tel die noten zelf ook mee.

Bijvoorbeeld: van c omhoog naar de g is 5 noten. Van g omhoog naar a is 2 noten. Van g naar beneden tot en met a is 7 noten. In een notenbalk zie je dit nog duidelijker.

Het getal dat je krijgt heeft een naam:

  1. Geen toonhoogteverschil, dus 1 noot gebruikt = prime
  2. Twee noten gebruikt, bijvoorbeeld van f naar de g erboven = secunde
  3. Drie noten gebruikt, bijvoorbeeld van a naar c erboven = terts
  4. Vier noten gebruikt = kwart
  5. Vijf noten gebruikt = kwint
  6. Zes noten gebruikt = sext
  7. Zeven noten gebruikt = septime
  8. Acht noten gebruikt, bijvoorbeeld van c tot ook een c maar dan hoger = octaaf
  9. Negen noten gebruikt = none
  10. Tien noten gebruikt = decime

Om het voorvoegsel te berekenen moet je de toonsafstand weten in hele en halven. Leer het volgende schema uit je hoofd.

 

Oefenprogramma

Mollen

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

Kruizen

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

 

intervalnaam

afstand

1 prime

 

0 rein

½ overmatig

2 secunde

0 verminderd

½ klein

1 groot

1½ overmatig

3 terts

1 verminderd

1½ klein

2 groot

2½ overmatig

4 kwart

2 verminderd

2½ rein

3 overmatig

5 kwint

3 verminderd

3½ rein

4 overmatig

6 sext

3½ verminderd

4 klein

4½ groot

5 overmatig

7 septiem

4½ verminderd

5 klein

5½ groot

6 overmatig

8 octaaf

5½ verminderd

6 rein

6½ overmatig

9 none

6 verminderd

6½ klein

7 groot

7½ overmatig

10 decime

7 verminderd

7½ klein

8 groot

8½ overmatig

 

 

Je ziet dat sommige afstanden meerdere keren voorkomen, het aantal stamtonen maakt dan het verschil in naamgeving.

Elk interval kan je met een ander aanvullen tot een octaaf. Dat interval heet de omkering. De omkering van bijvoorbeeld een reine kwart is een reine kwint.

 

 

 

Voorbeeld 1:

  • C-G = kwint,
  • 3+1/2 toonsafstand, dus C-G is een reine kwint.

Voorbeeld 2:

  • B-F = kwint
  • 2 hele + twee halve toonsafstanden = 3 hele toonsafstanden, dat is een halfje te klein, dus B-F is een verminderde kwint.

Opdracht intervallen:

  1. Bereken de andere vijf intervallen op bovenstaande toetsenborden. (goede antwoorden en de berekening zie hier).
  2. Bereken de intervallen tussen de volgende noten, gebruik een k, g of r voor klein groot en rein. Dus k3 = kleine terts. Er staan negentien intervallen.

 

 

Voor wie helemaal het naadje van de kous wil:

Kleine en reine intervallen kunnen nog kleiner, dan heten ze verminderd, grote en reine kunnen groter, dan heten ze overmatig.

Naast mollen bestaat er ook dubbelmollen (bb) en naast kruizen ook dubbelkruizen (x)

Bbb - C is een overmatige secunde, D-Fx(fisis, klinkt als G) is een overmatige terts, D-Fb is een verminderde terts. Dit komt allemaal maar een enkele keer voor. Als een G# expres als Ab geschreven wordt noemen we dat een enharmonische verwisseling.