Harmonieleer

test jezelf:

drieklanken, omkeringen, dominant septiem, verminderd en overmatig.

Inleiding

  1. Harmonie is samenklank, meerstemmigheid en vaak gebaseerd op akkoorden.
  2. Akkoorden zijn er in vele smaken: drieklanken, vierklanken of akkoorden die niet in de klassieke akkoordtheorie passen (C-E-G-F#-A#-E# bijvoorbeeld).
  3. Niet in alle muziek is het akkoord de drager van de harmonie: in afrikaanse en arabische muziek is het akkoord onbelangrijk of zelfs afwezig. Hier vinden we complexere maatschema's, ritmes en melodiën.
  4. Muziek met gewone akkoorden is tonaal. Je hoort het toonsysteem dat gebruikt wordt en de akkoorden dragen de melodie. Het afsluitende akkoord is bijna altijd op de grondtoon van de toonsoort gebouwd.
  5. Popmuziek is bij uitstek akkoordmuziek. Melodie en ritme zijn belangrijk, maar ik ken nauwelijks popmuziek zonder akkoorden, al worden in de zwarte stijlen soul en funk soms maar twee of drie akkoorden gebruikt. Ook de dance muziek is zuinig met akkoorden. Zaligmakend is het akkoord dus niet.
  6. Akkoorden hoor je als er minstens drie tonen tegelijk of vlak na elkaar klinken. Dat laatste heet een gebroken akkoord. Verder staat het een componist vrij om een akkoord onvolledig te gebruiken, of andere grappen uit te halen zoals het naar voren halen van een akkoordtoon of juist een akkoordtoon aanhouden zodat ze in een vorig of volgend akkoord ook doorklinken.
  7. Binnen een akkoord kunnen behoorlijk dissonante tonen zitten die lekker wringen. Maar een muzikaal oor volgt de logica van een goede akkoordvolgorde, hoeveel grappen een componist ook uithaalt.
  8. Akkoordvolgordes zijn ongelooflijk belangrijk voor het gevoel dat een muziekstuk opwekt, maar moeilijk te verwoorden. Onderaan lees je meer hierover in het stuk over trappen. Zowel in klassieke muziek als in popmuziek zie je veel vaste akkoordopeeenvolgingen. Bijvoorbeeld de cadens V-I bij klassieke afsluitingen, en bekende akkoordschema's zoals I V VI IV in de popmuziek.

definitie:
een akkoord is een tertsenstapeling op een grondtoon

mineur:

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

zet het geluid aan, druk op play

 




kleine terts = anderhalve toonsafstand

majeur:

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

 

 





grote terts = twee hele toonsafstanden

 

Drieklanken

Akkoorden hebben minimaal een grondtoon, een terts, en een kwint. Welke van de drie als onderste noot (bastoon) klinkt doet er niet toe. C-G-E is evengoed een C majeur drieklank als E-G-C. Er zijn drie liggingen:

  • Grondtoon onder: grondligging.
  • Terts onder: 1e omkering (sext ligging)
  • Kwint onder: 2e omkering (kwart-sext ligging)
  • Verdubelingen: elke toon kan in verschillende octave tegelijk voorkomen.

Om de naam van het akkoord te achterhalen moet je de tonen in de grondligging leggen,
de grondtoon is de naamgever van het akkoord.

Verder moet je controleren of de terts klein of groot is, en of de kwint rein, verminderd of overmatig is.
In de praktijk zie je vooral de majeur en mineur drieklank, soms de verminderde drieklank, en heel soms een overmatige drieklank.

Dit zijn de vier basis-drieklanken, in dit voorbeeld gebouwd op F.

 

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

F majeur (g-g3-r5)

F mineur (g-k3-r5)

F verminderd (g-k3-v5)

F overmatig (g-g3-o5)

Vierklanken of septiemakkoorden

Een vierklank heeft een extra terts boven de kwint. Vanuit de grondtoon gerekend is dat de septiem. Daarom heten ze septiemakkoorden. De meest bekende vierklank is het dominant-septiemakkoord. Als die gebruikt wordt wil je daarna heel graag een drieklank op de eerste toon van de toonladder horen. Dominant septiem wordt aangeduid met V7.

Naast de grondligging kan een vierklank drie keer omgekeerd worden. De bastoon (de laagst klinkende toon) is dan de terts, de kwint, of de septiem.

Veel componisten hebben een voorkeur voor bepaalde septiemakkoorden, ze worden niet alleen vanwege hun harmonische functie gebruikt, maar zeker ook als extra kleuring..
Eric Satie bijvoorbeeld gebruikte veel majeur septiem akkoorden.

 

Opdracht 1

Geef de namen van de volgende dertig akkoorden. Print dit. (volgende opdrachten onderaan)

 

 

 

Akkoordreeksen of -schema's.

Er zijn veel vaste volgordes van akkoorden. Het ene akkoord beïnvloed de volgende en die weer de volgende enzovoort. Dit is de harmonische werking.
Akkoordreeksen worden benoemd in trappen. De trappen zijn niets anders dan het nummer van de toon in de toonladder. Hoor je een F akkoord in een stukje dat in C staat (in de toonladder C) dan is dat een IVe trap.

Zodra er in een akkoord een toon opduikt die niet in de toonsoort past, een niet-laddereigen toon dus, voelen we iets schuiven: de toonsoort komt onder druk te staan en misschien gaat het stuk richting een nieuwe toonsoort (modulatie), maar misschien was het maar tijdelijk (een uitwijking ) en gaat het stuk weer in dezelfde toonsoort verder.

In mineurtoonsoorten zijn we gewend aan een paar afwijkende tonen die we als normaal ervaren omdat we de akkoorden zo beter vinden klinken, namelijk de VIIe toon wordt verhoogd als er een Ve trap gebruikt wordt, het majeur akkoord dat dan klinkt ligt beter in het gehoor.

 

 

Harmonische functies of trappen

  1. Een muziekstuk staat in een bepaalde toonsoort.
  2. De melodie maakt gebruik van deze toonsoort.
  3. De melodie wordt ondersteund èn voortgestuwd door akkoorden.
  4. De akkoorden veranderen vooral op de sterke maatdelen, ze volgen elkaar meestal regelmatig op in een muzikaal harmonisch ritme.
  5. De akkoorden die gebruikt worden bestaan voornamelijk uit tonen die in de toonsoort voorkomen. Ze zijn laddereigen.
  6. De werking van akkoorden wordt bepaald door de trap, het moment van verandering, de ligging en het eventueel toevoegen van extra tonen.

 

De harmonische functies of trappen:

Op elke toon van de toonladder kan een akkoord gebouwd worden. Als je van een akkoord de grondtoon weet, en ook de toonsoort van het stuk, dan weet je op welke trap dit akkoord staat. Er zijn zeven tonen in een gewone toonladder, dus zeven trappen, oftewel zeven harmonische functie's, aangeduid met de romeinse cijfers: I II III IV V VI VII

  • I tonica akkoord, gebruikt in alle rustpunten in de muziek.
  • II lijkt op IV, subdominant = wekt enige spanning op.
  • III is een buitenbeentje, hangt tussen I en V in.
  • IV is subdominant, geeft minder spanning dan V of VII
  • V is dominant, geeft spanning die om terugkeer naar tonica vraagt, veel met een toegevoegede kleine septiem (dominant septiem of V7)
  • VI lijkt op I en op IV. Vaak als tussenakkoord gebruikt. Ook in een zgn. bedriegelijk slot: I-V-VI.
  • VII is een zeer spanningsvol dominantakkoord, wil graag oplossen naar het tonica akkoord.

Een akkoordverbinding die de toonsoort benadrukt heet een cadens.
(het woord cadens heeft ook andere muzikale betekenissen)
We spreken ook wel over een akkoordverbinding Bijvoorbeeld: I-V7-I. Deze cadens zie je vrijwel altijd aaan het slot van een klassiek stuk omdat je daarmee zo lekker de toonsoort bevestigd.

Ander voorbeeld van een vast schema: een rock'n'roll nummer gebruikt het twaalfmatige 'bluesschema' I I I I | IV IV I I | V IV I I | = in CMAJEUR: C C C C F F C C G F C C

 

De akkoorden in een majeurladder: (zet het geluid aan)

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

 

In een mineur ladder:

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

 

Hier hoor je hoe akkoorden 'werken' ten opzichte van elkaar. Het stukje staat in C harmonisch mineur. (De leidtoon op VII wordt dan altijd verhoogd omdat we het akkoord dan mooier vinden en de VIIe toon meer spanning geeft naar het volgende akkoord))

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

 

 

 

 

Opdracht 2:

Vertaal deze trappen in akkoorden.

  1. C majeur: trap I en V= ? Antwoord: C en G
  2. F majeur,:I, IV en V = ...
  3. G majeur: II, III en VIII = ...
  4. Bb majeur: I, VI, II = ...
  5. G mineur: I en V =
  6. A mineur: II en VII =
  7. D mineur: III en V7 =

Opdracht 3:

Kruip achter de piano, gitaar of ander akkoordinstrument en bedenk/speel 3 mooie akkoordreeksen, herhaal dezelfde reeksen zo mogelijk in verschillende toonsoorten. Laat horen aan de docent.

Voorbeeld: I-I -IV-V-I = (in G: G G C D G)