Analyse werkwijzer

+ oefenopdrachten

 

  1. Selecteer een muziekwerk en motiveer je keuze
  • Beperk je tot een kort stuk of een deel van een groter werk en zoek bladmuziek. Het genre of de stijl is niet belangrijk, als de muziek maar niet te snel verveeld, want je moet er talloze malen naar luisteren.
  • klassieke muziek is helemaal uitgeschreven, jazz en pop is vaak minder goed uitgewerkt, daar moet je dus meer op je oren vertrouwen en meer zelf noteren.
  • motivatievoorbeelden: ik vind het stuk mooi; ik begrijp het stijlidioom niet goed, ik wil er meer over weten; het stuk biedt mogelijkheden tot toepassing: luisterles, ik speel het stuk zelf of ga het met anderen instuderen, ik wil beter spelen en meer kunnen uitleggen etc.

klassiek

  1. Verzamel achtergrondinformatie
  • componist
  • titel
  • deel
  • jaar van ontstaan
  • bezetting (instrumenten/zangers)
  • genre
  1. Buitenmuzikale gegevens
  • Over de compositie
    • welk idee of aanleiding inspireerde de componist
    • was er een opdrachtgever, zoja welke opdracht gaf die.
    • was er een andere aanleiding
    • is er een relatie met met andere stukken van dezelfde of een andere coimponist
    • is er tekst? zo ja, wat valt daar over te vertellen?
  • Over de uitvoering:
    • musici,
    • bezetting als die afwijkt van wat de componist bedoelde
    • als het een arrangement (bewerking) is; hoe en waarom?
    • jaar van opname,
    • aanvullende gegevens die belangrijk kunnen zijn zoals de plaats
  1. Inluisteren:
  • Beluister het stuk een paar keer aandachtig en probeer de bladmuziek zo goed mogelijk te volgen.
  • Streep met een potlood punten aan waar scheidingen zitten. Dikke strepen bij heel duidelijke, kleine bij minder duidelijke.
  1.  Vorm
  • Probeer de opbouw aan te geven in de bladmuziek of in een apart schema met letters en maatcijfers. Maak duidelijke schemas, die zonder al te veel uitleg voor zich spreken. Werk bij de uiteindelijke analyse steeds van groot naar klein (van het geheel naar de details).
  • Lijkt het op een vorm uit de muziekgeschiedenis? Maak daar melding van en geef aan waar het klopt, en waar het afwijkt van de standaardvorm.
  • De instrumentatie(zang) is een structurerend middel: beschrijf hoe de instrumentatie werkt ten opzichte van de vorm, en geef een mening over de werking van de gebruikte instrumentatie. Is er sprake van een standaardbezetting?
  1. Werking
  • De kern van een analyse is de werking van de muziek. Stel je zelf zowel bij het geheel als de onderdelen steeds vragen met betrekking tot de sfeer en spanningsniveau of spanningsverloop. Probeer ook de globale functie van onderdelen in te schatten. (inleidende functie, aankondiging, verrassingseffect, voorbereiding op nieuw materiaal, contrast, afsluitende werking, signaalfunctie etc.) Probeer vervolgens telkens te achterhalen wat de oorzaak van sfeer, spanningsniveau, spanningsverloop en muzikale functie is. Denk dan daarbij aan de volgende zaken:
    • textuur (hoeveelheid lagen, registers, complexiteit, divergentie, convergentie, transparantie)
    • instrumentatie
    • harmonische zaken: harmonisch ritme, stabiel/niet stabiel, harmonische richting (dominant, halfslot, soort cadens, bedrieglijke wending), harmonisch idioom
    • toonladdermateriaal en melodische zaken (soort toonladder, richting melodie, soort sprongen, contrapuntische zaken);
    • ritmische zaken: de werking van ritmische motieven (stuwend, vertragend, bombastisch, elegant etc.), en het totaalritme (het ritme welk ontstaat vanuit de combinatie van alle ritmische zaken op een moment of gedurende een bepaalde periode).
    • Herhaling, variatie, uitbreiding, verkorting, splitsing, ontwikkeling. Manieren van herhalen, vari•ren etc. hebben steeds een bepaald effect. Dit is de wereld van thema's en motieven. Geef elk belangrijk motief of thema een aanduiding met letters of cijfers.
    • vergeet ook niet te kijken naar het gebruik van chromatiek, opeeenvolgende tonen, minimaal 3, met halve afstanden.
  • Probeer intuïtief eerst wat je denkt dat de oorzaak van een werking is. Je kunt het verifiëren door het betreffende element te wijzigen en te kijken hoe de werking dan is.
  • Maak nu een overzicht van de vorm en de werking van alle onderdelen en zoek zoveel mogelijk naar oorzaken van die werking.
  1. Vergrootglas
  • Beschrijf enkele fragmenten van een gedeelte dat je zelf interessant vindt. Licht op die manier enkele elementen uit het stuk die je speciaal "behandelt".
  1. Tekst
  • Als het stuk tekst bevat, waarbij die tekst "ergens over gaat", laat dan de relatie tekst/muziek altijd een belangrijk onderdeel van je analyse zijn. Om er achter te komen hoe tekst in muziek is omgezet, probeer je dan eens voor te stellen hoe je zelf de tekst zou toonzetten als je het gedicht kreeg. Door daar serieus over na te denken gaan meestal al gauw die dingen opvallen die speciaal zijn in de relatie tekst-muziek in de te analyseren compositie.
  1. Samenvatting en conclusie
  2. Presentatie bij een tentamen
  • Neem de bladmuziek mee. Probeer zoveel mogelijk aantekeningen in de partituur te stoppen, gebruik letters, strepen, tekens, kleurcodes enz. Dat maakt de bespreking een stuk gemakkelijker. En in het algemeen geldt: hoe langer het muziekwerk, hoe globaler de analyse; hoe korter het stuk, hoe dieper je in de details moet duiken. Begin op tijd zodat je hulp kunt vragen als je er niet uit komt.

Voorbeelden:

pop

Gegevens

  1. Uitvoerenden
  2. Jaar van opname
  3. Jaar van schrijven van de compositie
  4. Live of studio
  5. Cover of origineel
  6. Componist / tekstdichter
  7. Producer
  8. Studio
  9. Zangstem(men)
  10. Samenvatting tekst
  11. Bezetting van instrumenten en toegevoegde klanken

Analyse

(geef bij alles de plaats in de bladmuziek aan)

structuur

  • standaard vormschema? werk uit in letters en accenten met toelichting of gebruik begrippen als intro verse chorus bridge end of inleiding couplet refrein naspel overgang tussenstuk enzovoort.

tempo

  • absoluut tempo in beats of kwartnoot per minuut: bijvoorbeeld = 80
  • tempowisselingen aangeven

ritme

  • algemeen: groovet het? in welke stijl? Swing?
  • Ritmische kenmerken: afterbeat, syncope, antimetrisch, strakke of vrije timing, stijlbepalende ritmische motieven, complementaire ritmes. Werk dit uit voor alles wat bijdraagt aan het ritme, meestal:
    • bas
    • drum
    • akkoordinstrumenten
    • melodie

melodie

  • omvang en intervalkarakteristiek, eventueel per sectie
  • versieringen buiten de noten, glijers en effecten

klankkleur

  • klank van de (electronische) instrumenten en eventuele effecten
  • soort stem en stemgebruik

meerstemmigheid

  • waar is er achtergrondzang of een tegenstem, waarom daar en hoe werkt dat

dynamiek:

  • overall sterkte
  • sterktewisselingen
  • ge«nstrumenteerde dynamiek

harmonie

  • wat zijn de gebruikte akkoorden
  • worden er akkoordtoevoegingen gebruikt? welke en wat is hun rol?
  • welke akkoordschemas worden gebruikt, waar?
  • zijn er plaatsen waar de akkoorden een speciale werking hebben? Waarom?

tekst:

  • hoe verhoudt de tekstinhoud zich tot de muziek
  • komt de muziekstijl er logisch uit voort of zijn er meer mogelijkheden om deze tekst op muziek te zetten?
  • Is er een buitenmuzikale aanleiding voor deze tekst?

studioproductie

  • is de opname van elk spoor direct en droog of met galm echo dub enz
  • hoe is het ruimtelijk geluidsbeeld? Waar staan de instrumenten ende zangers? is er gebruik gemaakt van surroundplaatsing of van traditioneel stereo?
  • hoe wordt de 'sound' gekleurd door het arrangement en de productie?: bijvoorbeeld: smeren strings alles dicht of kan je 'er doorheen luisteren'?

eigen visie

  • Wat vind je van dit stuk?
  • Is er een andere visie nu je het geanalyseerd hebt?