Chopin: nocturne 2 in Eb

Chopin

Een Nocturne is een liedachtige vorm voor piano, bijv ABA, vrij ingetogen (nocturne=nachtelijk), met meestal gebroken akkoorden in de linkerhand en een vloeiende melodie in de rechter. Het muzikale genre van de nocturne is een goed voorbeeld van muziek uit de romantiek. De bekendste nocturnes zijn van Chopin.

 

  1. Beschrijf de vorm met de letters A, B of C aangevuld met een eventueel coda. Gebruik waar nodig accenten.

  2. Geef in de partituur aan waar je voorbeelden ziet van onderstaande begrippen:

    1. gebroken akkoorden

    2. basmelodie

    3. chromatiek in de baslijn

    4. chromatiek i de melodie

    5. tertsverwante akkoordwisseling (in de 1e 8 maten)

    6. hoofdtoonsoort

    7. slotakkoorden en de bijbehorende trappen

    8. antimetrisch figuur: kwartool

    9. climaxwerking

    10. solocadens

    11. virtuositeit

    12. smorzando en de betekenis daarvan

    13. een akkoord waarmee de melodie een (tijdeljke) dissonant vormt.

 

Voor gevorderden:

analyse van het thema:

 

  • Maat 1 Melodie: opmatige sext sprong vanuit Bes (kwint) waardoor je meteen in de melodie wordt meegenomen. Daarna vloeiende en dalende melodie van secundes, dit benadrukt de lyriek, de zangerigheid van de melodie. Dit wordt ondersteund door het ritme van de  dansante 12/8 maat.

  • Ritme van maat 1 door de aangehouden G subtiel complementair met de driedelig gebroken akkoorden.

  • Daarna voortbouwend op beginmotief, met sprongen en dubbelslagversiering naar hoogtepunt, daarna dalend  naar een slot met de grootste sprong naar de hoogste toon en een speels eindmotief in 16en.

  • Basmelodie chromatisch, in tegenbeweging en in slot de diepste toon bereikt.

  • Qua structuur klassiek, maar qua melodieopbouw romantisch: grote expressiviteit door sprongen, ritme en de harmonische spanning eronder die vaak een vloeiende bastoonmelodie heeft.

Akkoorden:
Maat 1

  1. Eb (I)

  2. Fverminderd/Eb

  3. Eb G Bb (met F als voorhouding) (I)

  4. Eb/Db als melodische doorgangsnoot naar C (I/V in Bb)

2

  1. C7 (VI, V in F)) majeur,terstverwante modulatie

  2. C7

  3. Bbverminderd/F (IV-)

  4. Fm

3

  1. Bb7 (dominantseptiem)

  2. G/B (tertsverwant overgangsakkoord)

  3. Cm! (tertsverwant met volgende)

  4. A verminderd (VII hier tussendominant)

4

  1. Bb(+Eb als voorhouding)

  2. Bb7 (V)

  3. Eb

  4. Eb (I)