Mozart - Menuet uit de 40e symfonie

kenmerken menuet:

  1. 3e deel uit symfonie of sonate, luchtig van karakter.
  2. altijd driedelige maatsoort
  3. tempo vlot (tempo di menuetto, was oorspronkellijk een dans)
  4. Altijd in de ABA vorm, met de namen 'menuet'-trio-'menuet', alleen a en b zijn uitgeschreven, daarna 'da capo'.

later heette het menuet ook wel scherzo: (Beethoven en later) nog sneller en nog springeriger van karakter.

Mozart, met vader Leopold en zus Nannerl


let op alle herhalingen!

docx

  1. Benoem alle instrumenten in het nederlands.
  2. In welke stemmen wordt het eerste thema unisono gespeeld?
  3. Wat is ongeveer het metronoomcijfer of BPM van deze uitvoering?
  4. Het thema gaat in de eerste maten tegen de maat in. Hoe zie je dat?
  5. In welke toonsoort staat dit menuet?
  6. In welke maten is dit menuet minder dik geïnstrumenteerd?
  7. Wat is de allerhoogste noot van het stuk?
  8. Het trio staat in een andere toonsoort. Hoe heet het overgaan naar een andere toonsoort?
  9. Naar welke toonsoort gaat Mozart?
  10. Aan het einde staat d.c. wat betekent dat?
  11. Is hier sprake van terrassen of overgangsdynamiek?
  12. Wat doet de dirigent om het einde duidelijk te maken in de muziek?