Opera, oratorium en cantate, musical en operette.

Bovenstaande vormen hebben gemeen dat ze allen muziek-dramatische werken zijn. Er is dus tekst en er is een verhaal met een dramatische lijn. De muziek beeld uit en draagt de emoties. Verder zijn het werken met enige lengte, van 10 minuten tot soms een paar uur. Daarbinnen kan je allerlei compositietechnieken en bezettingen vinden: solisten, duetten, terzetten, koorstukken, basso continuo in de barok tot groot orkest in de 19e eeuw, aria's, recitatieven, koorgedeeltes, enzovoort. De eenheid in zo'n stuk ontstaat door de consistente stijl en de dramatische lijn.

De verschillen zijn:

  • een opera is wereldlijk, een gezongen toneelstuk. (een operette is een lichtere versie van de opera, minder serieus)
  • een oratorium is een kerkelijk stuk, waar de rollen alleen muzikaal worden uitgebeeld. Dus geen toneel.
  • een passie is een oratorium, maar heeft als onderwerp altijd het lijden van Jezus (paastijd) zoals beschreven in de bijbel door Matthaeus, Lucas, Marcus en Johannus.
  • een cantate kan zowel wereldlijk als geestelijk zijn en kan over de meest diverse onderwerpen gaan, er is zelfs een cantate over de in de barok nieuwe drank 'koffie'. Het werk is minder omvangrijk en met minder solisten, meer kamermuziek dus.
  • de musical is de amerikaanse vorm waarbij de muziek pop of jazz-achtig is en de inhoud en stijl meer op amusement gericht zijn.

De opera is ontstaan in Italie vlak voor de barok: Monteverdi schreef er zijn Orfeo en Euridice in de stijl van de secundo prattica: homofoon: melodie en akkordbegeleiding. In de barok werd het genre zeer geliefd. Meestal koos men historische of mythologische onderwerpen. Voor huidige kijkers is het geheel vrij statisch: lange aria's zonder veel actie maar wel heel virtuoze zangkunst. Ter vermaak werden vaak dansen ingelast of korte komische mini-operaatjes. Hieruit ontstond een nieuw genre van de zelfstandige komische opera. Sommige zangers werden voor het eerst sterren, idolen. Vooral beroemde castraten (tegenwoordig gezongen door vrouwen in mannenkleding) waren populair.

In de tijd van de Weense klassieken was opera een kunstvorm geworden waar veel mensen van de elite regelmatig naar toe gingen. In alle steden ontstonden operatheaters. Vooral Mozart is beroemd geworden met opera's waarin muziek, drama, amusement en serieuze stukken op ideale wijze samensmolten. Titels: Don Giovanni, die Zauberflöte.

In de 19e eeuw en later heeft de opera zich verder ontwikeld tot een 'gesamtkunstwerk' waarin alle theatrale middelen samenkomen: muziek, licht, kostuums, decor, grime, chorografie en tegenwoordig ook multimediaprojecties, alles kan ingezet worden om de theatrale illusie te versterken. Natuurlijk wel in de stijl van de tijd: dat kan romantisch zijn, reaslistisch, avant-gardistisch, of in rock- of jazz stijl. De laatste populaire muziekstijlen zijn verder gegaan in de musical, een vooral Amerikaanse muziektheatervorm.

meer over opera

Het oratorium heeft zijn hoogtepunt in de barok: met name Bach heeft de meest bekende geschreven: de Matthaeus en de Johannus passie. Maar ook in alle latere periodes zijn er oratoria geschreven.

De cantatevorm wordt tegenwoordig nauwelijks meer beoefend. De meeste cantates komen uit de barok, J.S. Bach heeft er zo'n driehonderd geschreven.