Fuga



  1. Beluister: J.S. Bach: fuga 1 uit die Kunst der Fuge: gespeeld door strijkkwartet.
    1. Hoeveel inzetten van het thema hoor je en in welke stemvolgorde?
    2. beschrijf hoe Bach extra dramatiek aan het slot toevoegt.
    3. Dit is een mineurfuga, eindigt het stuk ook in mineur?

  2. Beluister: J.S. Bach, de fuga uit chromatische fantasie en fuga: gespeeld op piano (bestond nog niet in Bach's tijd). Hoeveel thema inzetten hoor je? Kom je er niet uit, kijk dan hier in de bladmuziek voor steun.

  3. J.S. Bach: fuga-ricercata voor klavierinstrument. Dit stuk is in het begin van de 20e eeuw voor symfonieorkest bewerkt door Anton Webern. Leg uit wat Webern doet om dit stuk nieuw leven in te blazen.

  4. Geographical Fugue van Ernst Toch (spreekkoor) Dit stuk kan alleen uit de 20e eeuw komen. Waarom?

  5. J.S. Bach: fuga XVI door saxofoonkwartet sax-o-four. Analyseer deze fuga door de theorie van hierboven toe te passen op de partituur onderaan deze pagina. Print uit en schrijf het volgende in de partituur:
    *de cijfers in de partituur zijn vingerzettingen
    1. Het thema is krap twee maten lang en bestaat uit twee gedeeltes, geef die met een boogje a en b aan.
    2. Markeer de vier thema-inzetten: eerst in de altstem (in de bassleutel), daarna de sopraanstem, daarna in de basstem en dan in de tenorstem (lastig te lezen want verdeeld over twee balken)
    3. als de laatste thema-inzet is geweest is de expositie afgelopen, zet daar een verticale streep.
    4. markeer in de rest van de fuga de koppen van alle thema-inzetten, dus alleen kijken naar de eerste vijf noten van het thema.
    5. Noteer wat Bach doet in maat 12 met het thema?
    6. Noteer hoe het het basloopje heet in maat 21?
    7. Vanaf maat 24 is zijn sequensen te horen. Zet een haak over het hele gedeelte met sequensen.
    8. Vanaf maat 28 zie je een stretto: de thema-inzetten overlappen elkaar. Markeer deze met een haak over het hele strettogedeelte.
    9. Noteer aan het begin de hoofdtoonsoort. Stel die vast aan de hand van de voortekens en de noten van maat 1.
    10. Stel de toonsoort vast van de tweede thema-inzet. (1 mol minder).
    11. Verlopen de toonsoorten van thema-inzetten 3 en 4 volgens hetzelfde schema? Noteer ze in de partituur.
    12. Het slotakkoord valt op. Geef aan wat hier gebeurt.

 

Bladmuziek om te printen


 

 

*Extra stof: Kleine Fuga no 4 van J.S.Bach, om te spelen en te analyseren.