MIDDELEEUWEN

(TOT 1400)

genres / instrumenten

Kenmerken

  • Vrije ritmiek, grote diversiteit
  • Modaliteit
  • Eenstemmigheid
  • Bourdonbegeleidingen
  • Beginnende meerstemmigheid

Muzikale structuren

  • Responsoriale en antifonale praktijk
  • Mis
  • Volkslied en kunstlied
  • Estampie
  • Organum en motet

Eénstemmige muziek

  • Liturgische muziek: Gregoriaans
  • Niet-liturgische muziek:
    • Volkslied (wereldlijk en geestelijk volkslied)
    • Kunstlied (troubadours, trouvères, Minnesanger)
    • Dans (estampie)

Meerstemmige muziek

Meer over muziek in de middeleeuwen

naar boven

Uitvoeringspraktijk

  • Lokaties: kerk, kasteel en kroeg
  • Veel improvisatie
  • eenstemmig (volks)lied
  • eenstemmig kunstlied (troubadours, minnesanger)
  • eenstemmig koor (gregoriaans)
  • instrumentale dansen en liedjes, eenstemmig met ritmische begeleiding
  • meerstemmig koor, evt.begeleiding met orgelbourdon, gestemde bellen.

Klankkleur

  • Muziek vooral vocaal
  • Fluit, vedel en trom

 

Tijdsbeeld

  • Ontwikkeling van het Christendom
  • Driestandenmaatschappij
  • Ontstaan van nationale staten in Frankrijk en Engeland
  • Ontstaan van steden en universiteiten
  • Romaanse en gothische bouwkunst
Afbeeldingen

RENAISSANCE

(1400 - 1600)

 

Kenmerken

  • Ritmiek op basis van de tactus
  • Melodieopbouw vanuit de vocale mogelijkheden
  • Bloeitijd van de polyfonie

Muzikale structuren

  • Imitatie, canon, stemparen, bicinium
  • Cantus-firmustechnieken
  • Protestants kerklied, contrafact
  • Motet, chanson, madrigaal
  • De mis als meerstemmige compositie
  • Pavane en gaillarde

Namen

  • Guillaume Dufay (14007-1474)
  • Josquin Desprez (14407-1521)
  • Orlando di Lasso (1532-1594)
  • Giovanni Pierluigi da Palestrma (15257-1594

 

Meer over muziek in de renaissance

naar boven

Uitvoeringspraktijk

  • Lokatie: kerk, hof, burgerhuizen
  • vocaal:
    • koor in grote of kleine bezetting, soms gemengd met instrumentale stemmen
  • instrumentaal:
    • consort (instrumenten uit 1 familie) of broken consort (diverse instrumentenfamilies)

Klankkleur

  • Familiekwartetten
  • Geïntegreerd gebruik van instrumenten en zangstemmen

 

Tijdsbeeld

  • Humanisme en Reformatie
  • Ontdekkingen en uitvindingen
  • Perspectief in de schilderkunst
  • Individualisering van de kunstenaar
  • Menselijker vormen in de kunst

 

BAROK

(1600 - 1750)

 

Kenmerken

  • Barokke motoriek
  • Maat in plaats van tactus
  • Beperking tot majeur en mineur
  • Chromatiek
  • Sequenzen
  • Basso continuo als basis van de compositie

Muzikale structuren

  • Ontstaan van opera en ballet
  • Oratorium en cantate
  • Concerterende stijl
  • Suite
  • Fuga
  • Thema met variaties
  • Passacaglia, chaconne
  • Rhetorica en affecten als structuurbepalende elementen

Namen

  • Claudio Monteverdi (1567-1643)
  • Antonio Vivaldi (1680-1743) Nederland
  • Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621)
  • Frankrijk
  • Jean-Baptiste Lully (1632-1687)
  • Francois Couperin (1668-1733)
  • Jean Philippe Rameau (1683-1764) Engeland
  • Henry Purcell (1659-1695)
  • Georg Friedrich Handel (1685-1759) Duitsland
  • Heinrich Schütz (1582-1672)
  • Georg Philipp Telemann (1681-1767)
  • Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Werken

 

Meer over muziek in de barok

naar boven

Uitvoeringspraktijk

  • Lokatie: hof, kerk, theater
  • Versieringspraktijk
  • Inégalité
  • Italië

Klankkleur

  • De verzelfstandiging van het instrumentale
  • ensemble
  • Ensembles rond de basso continuo
  • Bloeitijd van orgel en clavecimbel

 

Tijdsbeeld

  • Absolutisme
  • Opbloei van de wereldhandel
  • Het ontstaan van een rijke burgerstand
  • Voorkeur voor het monumentale
  • Gevoel voor het theatrale
  • Grote beweeglijkheid in de kunst
  • Rijke versieringen
  • Clairobscur in de schilderkunst
  • Grote bloei van het theater

DE WEENSE KLASSIEKEN

(1750 - 1815)

 

Kenmerken

  • De drieklank als basis voor de motieven
  • Albertijnse bassen
  • Contrasttechnieken

Muzikale structuren

  • Strenge periodebouw
  • Hoofdvorm
  • Symfonie en sonate
  • Menuet

Namen

  • (Franz) Joseph Haydn (1732-1809)
  • Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
  • Ludwig van Beethoven (1770-1827
naar boven

Uitvoeringspraktijk

  • Lokatie: hof, theater, kerk
  • Nauwkeurig realiseren van het genoteerde

Klankkleur

  • Instrumentatie in dienst van de structuur
  • Het klassieke symfonieorkest
  • Strijkkwartet
  • Diverse kamermuziekensembles
  • De pianoforte

 

Tijdsbeeld

  • Verlichting
  • De aristocratie onder spanning
  • Wenen als kunstcentrum
  • Classicisme: aanhaken bij de Klassieken
  • Rationalisme: de rede reguleert
  • Het evenwicht treedt op de voorgrond
  • Voorkeur voor symmetrie

ROMANTIEK

(1815 - 1900)

 

Kenmerken

  • Melodie op basis van harmonische spanningen
  • Crescendo/decrescendo en ritenuto/
  • accelerando als middel om melodievoering gestalte te geven
  • Toenemende chromatiek, steeds verdergaande modulaties

Muzikale structuren

  • Loslaten van klassieke vormopvattingen
  • Romantische symfonie en sonate
  • Symfonisch gedicht
  • Kunstlied
  • Coloratuur in de opera
  • Dansen: wals, mazurka, polonaise, bolero

Namen

Vroegromantiek

  • Franz Schubert (1797-1828)
  • Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847)
  • Frédéric Chopin (1810-1849)
  • Robert Schumann (1810-1856)

Hoogromantiek

Romantische programmamuziek
  • Hector Berlioz (1803-1869)
  • Franz (Ferenc von) Liszt (1811-1 886)
Romantische opera
  • Guiseppe Verdi (1813-1901)
  • Richard Wagner (1813-1883)
Symfonische Romantiek
  • Johannes Brahms (1833-1897)
  • Anton Bruckner (1824-1896)
  • CésarFranck (1822-1890)
Nationale scholen
  • EdvardGrieg (1843-1907)
  • Bedfich Smetana (1824-1884)
  • Antonin Dvorak (1841-1904)
  • Modest Moessorgski (1839-1881)
  • Peter (Pjotr) lljitsj Tsjaikovsky (1840-1893)
  • Isaac Albéniz (1860-1909)
  • Manuel de Falla (1876-1946)

Laatromantiek

  • Gustav Mahler (1860-1911)
  • Gabriel Fauré (1845-1924)
naar boven

Uitvoeringspraktijk

  • Lokatie: theater (opera), concertzaal, salon
  • Virtuoze uitvoeringstechnieken
  • Exact vanuit de notatie
  • Rubatopraktijk

Klankkleur

  • Van pianoforte naar vleugel
  • Diverse kamermuziekensembles
  • Het romantische symfonieorkest:
    • uitbreiding in aantal,
    • nieuwe instrumenten (harp, saxofoon)
    • klankkleur als compositorisch element

 

Tijdsbeeld

  • Groeiende betekenis derde stand
  • Wener congres
  • De gevoelsreactie overheerst
  • Vlucht uit de werkelijkheid
  • Hang naar het geheimzinnige
  • Doorbreken van strakke vormen
  • Invloed van buitenmuzikale gegevens
  • Individualisering van het kunstwerk
  • Virtuozendom
  • Andere positie van de kunstenaar

 

 

 

INLEIDING POWERPOINT 20e eeuw

 

TWINTIGSTE EEUW 1

tot 1945

 

Impressionisme

Kenmerken

  • Ritme losser van metrum
  • Toepassen van pentatoniek en kerktoon-ladders
  • Hele-toonstoonladder
  • Doorbreken van traditionele harmonische functies
  • Het akkoord als kleurmiddel
  • Structuren
  • Doorbreken van periodieke zinsbouw
  • Voorkeur voor vrije vormen
  • Structuurbepaling vanuit buitenmuzikale titels
  • Klankkleur als structuurbepalend gegeven

Namen

  • Claude Debussy (1862-1918)
  • Maurice Ravel (1876-1937)

Werken

naar boven

Impressionisme

Uitvoeringspraktijk

  • Lokatie: concertzaal (grote en kleine zaal)

Klankkleur

  • Gedifferentieerd gebruik van klankkleur
  • Verglijdende instrumentaties
  • Sonore, zachte klanken
  • Gestopt koper
  • Arpeggio's en glissandi

 

 

Impressionisme

Tijdsbeeld

  • Fin de Siècle in Parijs
  • Het weergeven van impressies
  • Vervaging
  • Ontbreken van pathos
  • Doorbreken van het academische

Expressionisme

Kenmerken

  • Typische motoriek, onder andere vanwege syncopen
  • Maatwisselingen
  • Bitonaliteit en atonaliteit
  • Ontstaan dodecafon/e
  • Veel dissonanten
  • Voorkeur voor doorzichtige polyfonie

Structuren

  • Ostinate figuren
  • Dodecafonische technieken
  • Voorkeur voor een duidelijke vorm

Namen

  • Igor Strawinsky (1882-1971)
  • Béla Bartók (1881-1945)
  • Arnold Schönberg (1874-1951)
  • Anton Webern (1883-1945)
  • Alban Berg (1885-1935)

naar boven

Expressionisme

Uitvoeringspraktijk

  • Lokatie: theater en concertzaal
  • Geluidsregistratie

Klankkleur

  • Nieuwe combinaties
  • Voorkeur voor kleine combinaties
  • Experimenteren met nieuwe klanken

Expressionisme

Tijdsbeeld

  • Eerste wereldoorlog
  • Technologie
  • Cultuurbreuk
  • Toenemende abstractie
  • Surrealisme
  • Film en radio

Neo-klassieken

Kenmerken

  • Hernieuwd gebruik van tactustechnieken
  • Herniewd gebruik van modale melodievoering
  • Veel dissonanten
  • Veel kwartakkoorden
  • Voorkeur voor polyfonie

Muzikale structuren

  • Hergebruik van oude structuren

Namen

  • Paul Hindemith (1895-1963)
  • Hugo Distler (1908-1942)
  • Carl Orff (1895-1982)
  • Igor Strawinsky (1882-1971)
  • Benjamin Britten (1913-1973)
  • Zoltan Kodaly (1892-1967)
  • Arthur Honegger (1892-1955)
  • Darius Milhaud (1892-1974)

naar boven

Neo-klassieken

Uitvoeringspraktijk

  • Lokatie: ook op niet conventionele lokaties
  • Herwaardering van de amateuristische muziek-beoefening

Klankkleur

  • Vernieuwd gebruik van oude instrumenten

Neo-klassieken

Tijdsbeeld

  • Weimar-republiek
  • Bauhaus
  • Lekenbeweging

Jazz

Eerste decennium

Ragtime, Scott Joplin (1868-1917)

blues, worksong, gospel vanuit 19e eeuw door zwarten

Jaren tien

New Orieans en dixieland, W.C. Handy (1873-1958)

Jaren twintig

Chicago jazz, Jimmy McPartland

Jaren dertig

Swing, Duke Ellington (1899-1974), George Gershwin (1898-1937)

Jaren veertig

Bebop, Charlie Parker (1920-1955)

Rhythm & Blues, Fats Domino (1929-)

 

naar boven

Jazz

Uitvoeringspraktijk

Jazz

Tijdsbeeld

TWINTIGSTE EEUW 2

na 1945

 

Avantgarde

Kenmerken

Muzikale structuren

Namen

  • Charles Ives (1874-1954)
  • EdgarVarèse (1885-1965)
  • Olivier Messiaen (1908-1992) John Cage(1912-1992)
  • Luciano Berio (1925-)
  • Karlheinz Stockhausen (1928-)
  • Krzysztof Penderecki (1933-)

Avantgarde

Uitvoeringspraktijk

  • Lokatie: concertzaal, studio, theater
  • Grafische notatie
  • Aleatoriek

Avantgarde

Tijdsbeeld

  • Tweede Wereldoorlog
  • Explosieve welvaartsgroei
  • Democratisering
  • Ruimtevaart
  • Internationalisering van de kunst Massacommunicatie
  • Televisie

jazz

Jaren vijftig

  • Cool jazz
  • Free jazz, The Modern Jazzquartet

jazz

Uitvoeringspraktijk

jazz

Tijdsbeeld

pop

Jaren zestig

Jaren zeventig

Jaren tachtig

  • Fusion, Miles Davis
  • Rap, Valentin Schmitt
  • De song, Scorpions

Jaren negentig

 

naar boven

pop

Uitvoeringspraktijk

  • podiumact wordt steeds belangrijker
  • 'kleine' podia: zaaltjes
  • grote poppodia: paradiso, openlucht festival
  • lifeconcert of studioopname
    • plaat / cd opname
    • radio opname
    • tv-opname
    • clipzenders
    • internet
  • verbinding met beeld (clip)
  • verbinding met commercie (idols, commercials, clips)

Klankkleur

  • band (combo), bijna altijd met vocalen
  • singer songwriter
  • geheel vocale groepen
  • symfonische kleur door gebruik orkest / strings op synthesizer
  • zanger, piano, contrabas, drums, evt. melodieinstr zoals sax
  • zanger, basgitaar, electrische gitaar 2x, drums, piano
  • piano vaak vervangen door synthesizer/ electrische piano
  • zwarte stromingen met meer backin vocals, blazers
  • electronische drums
  • computersamples voor ritme en effect
  • electronische vervorming en effecten
  • af en toe een 'bijzonder' instrument: dwarsfluit, accordeon, viool
  • de opnametechniek en de producer / technicus bepalen soms de uiteindelijke 'sound'

 

pop

Tijdsbeeld

50er jaren

60er jaren

70er jaren

80er jaren

90er jaren

nu

Popoverzicht